Framen in de politiek

Mediatraining – Framen

Fairnesstaks. Letterlijk vertaald: eerlijke belasting. Wie kan daar nu tegen zijn? Deze frame gebruik ik vaak als voorbeeld tijdens mediatraining. Hij is afkomstig van de Belgische oud-premier Di Rupo. Hij was kampioen framen. Met deze prachtige communicatieve vondst slaagde hij erin om de zoveelste extra lastenverzwaring voor het bedrijfsleven verkocht te krijgen.

Door te framen geef je aan een bepaalde maatregel of gebeurtenis een andere betekenis, waardoor je er de scherpe kantjes vanaf haalt en die beter te ‘verkopen’ is. Vooral handige politici zijn daar vaak heer en meester in.

Framen verguldt de pil

Zo zullen politici nooit zeggen dat ze de belasting willen verhogen. Dat vinden de meeste kiezers immers niet leuk. Daarom spreken politici liever over hervormingen of ombuigingen. Door te framen kun je dus iets wat negatief is, wat positiever voorstellen. Framen verguldt de pil…

Framen kan echter ook andersom. Zo pleitte in Nederland huidig Rutte in de Tweede Kamer ooit voor een verlaging van de successierechten waar, hoe kan het ook anders, de socialisten natuurlijk op tegen waren. Nu zijn successierechten in feite niets meer dan belastingen die je nabestaanden moeten betalen over de erfenis. Maar net als Di Rupo is ook Rutte een goed communicator. Hij besefte dat wellicht het grootste gedeelte van de kiezers zich geen voorstelling kon maken bij het wat neutrale en afstandelijke woord Successierechten. Daarom doopte hij het woord om in Sterftaks. En toen hij vervolgens verklaarde dat het toch niet eerlijk was dat je na je dood de verdrietige nabestaanden ook nog eens extra met zo’n sterftaks gaat opzadelen, vond hij veel meer draagvlak voor zijn pleidooi.

Framen kun je ook in beelden doen

Framen kun je niet alleen doen in woorden, maar ook in beelden. Zo deed ik een paar jaar geleden als mediatrainer mee aan een grote crisisoefening van een onderneming in de buurt van Londen. Aangezien volgens het draaiboek de brandweer prima werk had geleverd zou ook de brandweercommandant voor de camera een verklaring afleggen. De man zag er onberispelijk uit alsof hij net uit bad kwam. Maar om het allemaal een wat meer hands – on – karakter te geven stak hij zijn vingers in een rijkelijk gevulde asbak waarna hij wat asstrepen op zijn gezicht en helm aanbracht. Hierdoor leek het alsof hij regelrecht uit de vuurzee voor de camera kwam binnengestapt.

‘Crisis’ is natuurlijk geen goede frame…

Deze brandweercommandant-frame is er wellicht wat overheen. Maar door te framen kun je natuurlijk ook een juiste betekenis aan een situatie geven. Een voorbeeld: als ik mediatrainingen geef aan risicovolle bedrijven hoor ik mensen vaak zeggen dat ze naar het crisisoverleg moeten of dat het noodplan in werking is getreden. Onbewust framen ze dan die gebeurtenis naar een beeld die vaak erger is dan de werkelijkheid en dat kan en mag natuurlijk nooit de bedoeling zijn. Ik zeg dan dat ze het woord crisisoverleg beter kunnen vervangen door spoedoverleg en noodplan- door veiligheidsplan. Dat zijn veel neutralere woorden en het maakt het allemaal net ietsjes minder dramatisch.

Nu is het natuurlijk nooit de bedoeling dat je in crisissituaties de zaken moet minimaliseren, maar anderzijds moet je de zaken niet erger maken dan ze in werkelijkheid zijn. Want dat laatste is zeer zeker ook geen goede communicatie.

Voor meer informatie over mediatraining, debat- of presentatietraining, bezoek ook  MediatrainingBenelux  of MediaTraining.BE.
Bezoek ook de pagina met deze interessante  MEDIATRAININGTIPS

Imago: je hebt geen tweede kans om een eerste indruk te maken

Imago en Mediatraining

Je hebt geen tweede kans om een eerste indruk te maken. Daarom is de eerste indruk zo belangrijk om een goed imago neer te zetten. In die zin hebben bedrijven en mensen veel met elkaar gemeen. Het geheel aan indrukken vormt de basis van het totaalbeeld dat we over een bedrijf of een persoon hebben.

Tijdens mediatraining schenk ik daar veel aandacht aan.

Hoe komt een imago tot stand?

Bij een bedrijf komt dit beeld of imago ondermeer tot stand via zijn productcommunicatie (advertising), zijn (milieu)gedrag, de manier waarop de media erover bericht, zijn sponsoring- en donatiebeleid, het eerste contact met de telefoniste en misschien wel het belangrijkste: de manier waarop de eigen medewerkers erover denken en praten.

Belangrijk is dat al die indrukken die een buitenstaander opdoet min of meer met elkaar congruent zijn, zodat hij een positief en eenduidig beeld van het bedrijf krijgt.

Wat voor imago van bedrijven geldt, geldt ook voor mensen

Wat voor bedrijven geldt, geldt precies zo voor mensen. Als u iemand  voor de eerste keer ontmoet of op de televisie ziet, vestigt die persoon bij u een bepaalde indruk die is opgebouwd uit een aantal deelindrukken. Bijvoorbeeld of u er verzorgd uitziet, wat voor kleding u aan heeft, uw leeftijd, uw haarkleur, uw stempatroon, uw taalgebruik, uw (glim)lach, uw oogbewegingen, enzovoort.

Net als in een gigantische legpuzzel vormen al die stukjes samen het totaalbeeld dat je van iemand krijgt. Als zo’n stukje ontbreekt, of als er een stukje op de verkeerde plaats zit dan valt dat vaak buitenproportioneel op. Het is belangrijk dat je de deelnemers aan een mediatraining daar bewust van maakt.

Ben je niet grappig, ga dan niet de getapte jongen uithangen

Daarom is het ook voor politici belangrijk dat zij een synchroon en consistent beeld over zichzelf naar buiten dragen. Daarbij is niet de vraag of je al dan niet in een populair programma optreedt, maar of dat past bij jouw identiteit en imago Ben je bijvoorbeeld absoluut niet grappig en heb je daar bovenop ook nog het imago van een saaie, grijze boekhouder, ga dan niet de getapte jongen uithangen in het eerste de beste populaire programma.

Daarom is tijdens mediatraining de boodschap: blijf dicht bij jezelf. Doe je dat niet dan werkt het averechts.

imago, beeldvorming, mediatraining

Verliezen mainstream media hun geloofwaardigheid en graven ze eigen graf?

Mainstream media verliezen geloofwaardigheid

Hoe zit het met u als u de krant leest of naar Pauw & Jinek (zie foto uit AD), DWDD of naar het Vlaamse Terzake kijkt?
Wilt u dan zo objectief mogelijke informatie? Of wilt u een mening opgedrongen krijgen? Steeds meer krijg ik het gevoel dat het laatste het geval is. Als de mainstream media niet snel weer gewoon zo objectief mogelijke journalistiek gaan bedrijven, graven ze hun eigen graf.

Het zit de journalisten van de mainstream media niet mee.

Als Geert Wilders of Donald Trump iets in de media willen brengen, sturen ze een tweet of plaatsen zij een bericht of videoblog op hun Facebookpagina en hoppa het is nieuws. Intussen hebben de journalisten van de mainstream media het nakijken en dat wringt. Hun (machts)rol als gatekeeper zijn ze kwijt en voor veel journalisten is dat nog behoorlijk wennen. Of sterker nog: veel journalisten kunnen dat gewoonweg (nog) niet verkroppen.

Journalisten maken vaak deel uit van de linkse elite

Het is geen geheim dat de meeste journalisten links zijn. Ze framen rechts vaak als bekrompen, egoïstisch en een gebrek aan veranderingsgezindheid. De linkse elite waar veel linkse journalisten ook deel van denken uit te maken, weet wel wat goed is voor het rechtse klootjesvolk dat alleen maar verstand van voetbal heeft.

Maar wat linkse journalisten en media zich onvoldoende realiseren is dat de gemiddelde nieuwsconsument op een gebalanceerde manier geïnformeerd wenst te worden. Hij zit niet te wachten op het gespin van journalisten die denken dat de kritische nieuwsconsument niet voor zichzelf kan denken. Hij doorziet dat. Als dan op de koop toe Hillary Clinton het moet afleggen tegen de rechtse Trump dan zijn die linkse journalisten helemaal het Noorden kwijt. Gevoed door boosheid, krijgen zij helemaal een rode waas voor de ogen en alles wat uit de rechtse hoek komt wordt verder gemarginaliseerd. Intussen hebben ze niet in de gaten dat ze met hun stokpaardjes hun nieuwsconsumenten nog verder van hun vervreemden.  Zo graven zij hun eigen graf.

Wie gelooft die traditionele mainstream media nog?

Het wordt dus tijd dat de mainstream media die zich serieus nemen dit onder ogen gaan zien.

Doen ze dat niet dan moeten ze straks niet raar opkijken dat de kritische nieuwsconsument straks denkt: wie gelooft die traditionele mainstream media nog? Alleen door te streven naar meer objectiviteit kunnen ze (nog) voorkomen dat hun lezers/kijkers/luisteraars verder afhaken.

Good looks helpen, maar zou u op een politicus stemmen die u niet gelooft of vertrouwt?

Good looks helpen, maar zou u op een politicus stemmen die u niet gelooft of vertrouwt?

Good Looks helpen om de verkiezingen te winnen. Dat zagen we destijds ook al bij JFK en Hans van Mierlo. Maar wat vooral telt is geloofwaardigheid en betrouwbaarheid. Want zeg eens eerlijk: zou u op een politicus stemmen die u niet gelooft en vertrouwt?

Je hoeft geen swingende Casanova te zijn om de verkiezingen te winnen, zei ik ooit tegen die oud-premier uit België waarover ik het in mijn vorige weblogje had. Het was Yves Leterme en hij had net glansrijk de verkiezingen gewonnen met een bijna ongeëvenaard aantal voorkeurstemmen van 800.000. Maar die voorkeurstemmen had hij in ieder geval niet aan zijn good looks te danken. Met zijn grijze pakken, zijn fletse gezicht en zijn melkboerenhondehaar kon je echt niet zeggen dat Yves Leterme een flitsende uitstraling had. Maar betrouwbaar en geloofwaardig, zo kwam hij wel over. Als je dan als politicus ook nog in een tijdsgewricht opkomt van onzekerheid waardoor de kiezer meer behoefte heeft aan een goede boekhouder die op de kleintjes let dan een tafelspringer met visionaire vergezichten, dan kun je het kennelijk zelfs met zo’n profiel tot premier schoppen. Hetzelfde zagen we in die periode trouwens ook in Nederland gebeuren met ene JP Balkenende.

De eerste indruk is vaak bepalend

You don’t have a second chance to make a first impression, zeggen de Amerikanen. Zo blijkt dat bij een eerste ontmoeting u en ik al na een fractie van een seconde een eerste indruk over iemand hebben. Uit onderzoek blijkt dat daar dikwijls helemaal niks van klopt, maar toch associëren we de eerste uiterlijke kenmerken van iemand meteen met een aantal karaktertrekken, zoals een doorzetter, standvastig, betrouwbaar, geloofwaardig, gedreven. Zijn dit niet precies de eigenschappen die veel mensen momenteel aan het huidige stemmenkanon Jess Klaver toedichten? Zelfs al hebben ze die man tot nu toe slechts een paar keer op het journaal voorbij zien flitsen?

Jesse Klaver de nieuwe messiasDe trouwe hondenogen van Jesse Klaver

Toch zijn good looks belangrijk wil je stemmen trekken. Kijk maar naar Jesse Klaver. Met zijn trouwe hondenogen waarover vaak nonchalant zijn gekrulde haarlokken bungelen,  laat hij heel wat (vrouwen)harten smelten. Sommigen hebben het zelfs over de nieuwe Messias die is opgestaan. Maar what goes up, must come down. Mijn ervaring is dat politici die snel pieken, ook weer snel uit de gratie zijn, tenzij ze een goed en consistent verhaal hebben. Dat zie je bijvoorbeeld bij politici als Henk Kamp. Zin ster steeg gestaag en hij is over de langere termijn nooit erg volatiel geweest in de pop-polls.

Met een mediageniek optreden alleen, kom je er niet…

Het gaat allang niet meer over de inhoud, hoor je mensen vaak klagen. Maar om ze meteen uit de droom te helpen: ook in het oude Griekenland is het nooit anders geweest. Daar had je waterdragers die achter de schermen een mooi verhaal in elkaar schroeven en mensen die het op het plein goed konden uitleggen. Als politieke partij heb je beide soorten hard nodig, want met een mediageniek optreden alleen kom je er natuurlijk niet.

De achillespees van Mark Rutte

Het is vooral die valkuil waarin Mark Rutte dreigt te vallen tijdens de komende verkiezingen in maart. Ook al is hij is naar mijn overtuiging de meest mediagenieke premier die Nederland ooit gekend heeft, maar als je net iets te vaak je verkiezingsbeloftes niet nakomt dan boet je aan betrouwbaarheid en geloofwaardigheid in. Wie gelooft die Rutte nog, roepen zijn politieke tegenstanders dan massaal. Wellicht omdat ze beseffen dat dit zijn achillespees is bij de komende verkiezingen.

 

Wie stelt moet bewijzen

Toen ik enkele jaren geleden een Belgische premier een mediatraining gaf, vroeg hij mij hoe hij vragen als: “iedereen weet toch dat uw beleid niet goed is voor de economie van dit land”, het best kon pareren. “Niet moeilijk”, antwoordde ik hem. Zowel in het debat als tijdens een mediainterview geldt immers: wie stelt moet bewijzen. De enige uitzondering op die omgekeerde bewijslast is de Belastingdienst. Schiet dus niet meteen in de verdediging en zeg bijvoorbeeld dat je de situatie die de journalist in zijn vraag schetst niet herkent. Het is dan aan de journalist om met bijkomende bewijzen te komen. Doet of kan hij dat niet, dan heeft in dit geval niet de premier, maar de journalist een probleem.

“Ik hoor wat u zegt…”

Aan het bovenstaande moest ik als mediatrainer denken toen onlangs Japke-d. Bouma op NPO-radio1 #De Ochtend haar column voorlas. Ze zei dat als politici ergens van beschuldigd worden, dan zeggen ze vaak: “ik herken me niet in dat beeld’, of “ik heb daar een andere herinnering aan”. Andere varianten zijn: “ik hoor wat u zegt”, vooral bekend uit de mond van Bram Moszkowicz. Nog meer van dit soort zinnetjes van goed getrainde politici hierop zijn: “die uitspraak is voor uw rekening” of kort maar krachtig: “dat zijn uw woorden.” 

Wapenen tegen vraagvalkuilen

Net als Japke-d. Bouma in haar column hebben ook veel journalisten er de gruwelijke pest over in dat mediatrainers hun cliënten tegen dit soort vraagvalkuilen wapenen en dat is maar goed ook. Het is niet fair van een journalist om zonder speciale aanleiding iets in een vraag te insinueren wat niet aan de orde is. Dit met als doel zijn gesprekspartner op het verkeerde been te zetten.
Mijn tip aan mijn cliënt de premier bleek trouwens uitstekend te werken, want kort daarop kreeg hij in het Vlaamse tv-programma Terzake een insinuerende vraag in de trant van: “iedereen weet toch dat de verhoging van het inschrijvingsgeld voor universiteiten het onderwijsniveau in België op een achterstand zal brengen.”
Hierop antwoordde hij: “In uw vraag insinueert u dat dit zo is, maar waar baseert u zich op?” De journalist gaf zich niet meteen gewonnen en probeerde de premier te overbluffen door eraan toe te voegen: “sorry meneer de premier, maar ik ben degene die hier de vragen stelt en u bent degene die verondersteld wordt om die te beantwoorden.” 
Maar ook die reactie hadden we tijdens de mediatraining voorbereid. Op een vriendelijke doch dringende toon volhardde de premier in zijn standpunt en verduidelijkte dit door te zeggen: “sorry meneer de journalist, u kunt dit wel in uw vraagstelling suggereren, maar op basis van welke feiten berust die stelling die in uw vraag ligt? Ik vind toch dat ik op z’n minst het recht heb om dat te weten?”

Gratuite aannames in een vraag moet je niet zomaar accepteren

De journalist besefte dat de premier hier een punt had en dat die niet van plan was om te accepteren dat hij gratuite allerlei aannames als feitelijke juistheden in zijn vraag zou kunnen meenemen. Of zoals ik altijd pleeg te zeggen tijdens mediatraining en debattraining: “wie stelt, moet bewijzen…” 
Onthoud daarom één ding. In ons land is er maar één beroepsgroep en instantie die zich mag bedienen van een omgekeerde bewijslast en die wordt NIET gevormd door journalisten, maar enkel en alleen door de belastingdienst…