De wereld draait door, ook zonder Matthijs van Nieuwkerk

De wereld draait door, ook zonder Matthijs van Nieuwkerk

Matthijs van Nieuwkerk hield stevig zijn kaken op elkaar tijdens de mediadiscussie over zijn verdiensten bij ‘De Wereld Draait Door’ en dat is slim van hem. Ook in de media geldt vaak dat je moet stilzitten als je geschoren wordt. Daarnaast ben ik er vrij zeker van dat Matthijs heel goed beseft dat de wereld ook wel zonder hem doordraait. Het kerkhof ligt immers vol met mensen die dachten dat ze ooit onmisbaar waren. Maar wat ik vooral in deze discussie heb gemist is dat mensen als Matthijs veel te weinig doorstromen. Nieuwe en goede talenten krijgen zo bij de NPO veel te weinig kans.

 

Balkenendenorm geldt ook voor Matthijs van Nieuwkerk

Ooit hebben we in dit land met elkaar afgesproken dat mensen die uit de overheidsruif betaald worden niet meer mogen verdienen dan de zogenaamd Balkenendenorm. Momenteel is dat bijna 230.000 EUR. Het probleem is echter dat het salaris van Matthijs hier fors boven zit. Als het verlaagd zou worden naar de Balkenendenorm dan zou het wel eens kunnen zijn dat Matthijs de handdoek in de ring zou kunnen gooien. Maar gelukkig deed de bevoegde minister Slob wat hij moest doen: De Balkenendenorm geldt ook voor Matthijs van Nieuwkerk!

De VARA komt niet alleen op voor de minderbedeelden…

Het pleit voor de VARA-directie om voor zijn mensen te gaan staan. Maar de VARA, is van huis uit toch een omroep die moet opkomen voor de minderbedeelden en daarvan lijkt mij toch geen sprake als je jaarlijks enkele tonnen op je bankrekening kan laten bijschrijven. Dan hebben we het nog niet eens gehad over de schnabbels van Matthijs. Via zijn agent kun je hem inhuren als dagvoorzitter. Ook heb ik vernomen dat hij via het productiehuis van College Tour, dat voorheen door Toine Huys werd gepresenteerd, een rijkelijke vergoeding krijgt.

De NPO heeft Matthijs van Nieuwkerk groot gemaakt

Alles bij elkaar optellend zal Matthijs allang hebben uitgerekend dat hij door al die nevenactiviteiten wel eens meer wegsleept dan hij ooit bij de commerciële omroep zal verdienen. Nu mag hij van mij bijschnabbelen zoveel hij maar wil, zolang hij maar niet betaald wordt door uw en mijn belastinggeld. Hij mag zich in dit verband ook gerust realiseren dat hij kan bijschnabbelen dankzij het feit dat hij zijn naamsbekendheid te danken heeft aan de NPO. Die heeft hem groot gemaakt. Die heeft ervoor gezorgd dat hij een merk, een ‘brand’ is waardoor hij naar hartenlust kan bijschnabbelen.

Mathijs van Nieuwkerk is een vakman

Nu wil ik niks afdingen aan het talent van Matthijs. Hij is gewoon een geweldige vakman. Maar waar ik wel problemen mee heb is dat omwille van de kijkcijfers heel wat ‘oudere jongeren’ blijven zitten waar ze zitten. Denk aan BN-ers als Frits Spits, Felix Meurders, maar ook bijvoorbeeld aan Philip Freriks. Al jaren met pensioen blijft hij gewoon programma’s presenteren als De Slimste Mens en in een documentairereeks over D-day. Dan staat er op je beeldscherm ergens op een strand in Normandië de ene oude knar de andere te interviewen en moet je echt goed kijken wie de echte veteraan is…

Mindere fixatie op kijkcijfers zou NPO helpen

Wat overal geldt, geldt ook voor de NPO. Ook presentatoren moeten niet te lang op één plek blijven zitten. Vernieuwing, vers bloed, nieuwe talenten een kans geven, risico’s durven nemen, kortom meer lef en minder voor de zekerheid en mindere fixatie op de kijkcijfers zou de NPO sieren. Het ligt in ieder geval niet aan een gebrek aan nieuwe talenten. Toen Eva Jinek onlangs met zwangerschapsverlof was, werd zij vervangen door Nadia Moussaid een relatief onbekende. Wat een geweldig talent, wat een geweldige vakvrouw, wat een geweldige talkshow-host. De Balkenendenorm zal ze nog niet betaald krijgen, maar de kijker kreeg met haar wel waar voor zijn belastinggeld. Zo kan het dus ook…

Over de auteur

Evert van Wijk woonde en werkte de voorbije 30 jaar afwisselend in Vlaanderen en Nederland. Hij is crisiscommunicatieadviseur,  mediatrainer en auteur van verschillende boeken over mediatraining en debattechniek (https://www.mediatrainingbenelux.nl ). Ook schrijft hij boeken over cultuurverschillen tussen België en Nederland (https://cultuurverschillenbelgienederland.nl )

Advocaten schuwen reclame maar ontdekken kracht van mediatraining

Advocaten schuwen reclame maar ontdekken kracht van mediatraining

Wil je een succesvolle advocaat worden, dan moet je zorgen dat je ‘s-avonds bij #Pauw of #Jinek kunt aanschuiven, Wil je het verschil met de concurrentie maken dan moet je in staat zijn om je verhaal op een toegankelijke manier in de media te krijgen. Ook dat realiseren zich steeds meer advocatenfirma’s. Mediatraining is om die reden vaak onontbeerlijk.

Kom je niet in de media, dan besta je niet. Dat weten politici al heel lang maar eigenlijk geldt dit voor nagenoeg alle ‘takken van sport’. Dit betekent niet dat je te pas en te onpas op de voorpagina van De Telegraaf of Het Nieuwsblad moet staan. Bekendheid via je vakliteratuur of in de regionale media kan je business al een behoorlijke boost geven. Misschien is het wel daarom dat ik de laatste tijd steeds meer advocaten en advocatenfirma’s heb die een mediatraining willen volgen.

Advocaten hebben geen reclame cultuur

Wie ooit naar de Amerikaanse tv-serie Breaking Bad heeft gekeken zag daarin een louche advocaat figureren die flikkerende neonlichten op zijn gevel had met de veelzeggende titel: “You better call Saul”. Met zo’n aanpak willen advocaten in Nederland en België zich niet associëren. Daarvoor is de branche te terughoudend. Het is trouwens pas sinds 1989  en 1999 dat ze in Nederland en respectievelijk in België mogen adverteren. Voor die tijd was de branche van mening dat reclame de publieke verantwoordelijkheid van het beroep advocaat in de weg zou staan. Mede door de komst van internet en de sociale media, viel dit niet meer vol te houden. Een advocatenbureau zonder website is vandaag de dag gewoon onvindbaar.

De advocatuur heeft geen echte reclame-cultuur. Advocaten zijn nog altijd terughoudend in reclame-uitingen. Vooral advocaten van de oude stempel vinden dat het wezenlijke kenmerk van hun beroep bestaat uit het verlenen van professionele bijstand aan rechtzoekenden en niet het maximaliseren van de bedrijfswinst. De werkelijkheid is echter minder hoogdravend. De advocatuur is vandaag de dag gewoon een van de vele vormen van zakelijke dienstverlening. Ze hebben vaak pr-afdelingen of huren externe pr-mensen in om hun business in de media te krijgen met ‘slimme’ dingen die ze voor hun opdrachtgevers doen. En als het dan eindelijk zover is dan maakt een stevige mediatraining onderdeel uit van hun voorbereiding.

Mediatraining voor advocaten is een uitdaging

Het geven van mediatraining aan advocaten is vaak wel een uitdaging. Van zichzelf denken ze dat ze goed kunnen spreken en argumenteren en meestal is dat ook zo. Maar de manier waarop ze hun verhaal in de media opbouwen is meestal verre van mediageniek. Ze stapelen argument op argument en uiteindelijk komen ze dan met een conclusie. Wil je echter in de media de kijker aan je binden dan moet je het juist andersom doen: eerst je punt maken en dan met een of twee argumenten onderbouwen. Anders heeft de kijker allang weggezapt of is hij gewoon in slaap gevallen…

Wil je als advocatenbureau echt boven komen drijven dan moet je natuurlijk eerst zorgen dat je goed bent. Dat je meedenkt met je klanten. Niet alleen door de case van je clienten goed juridisch te verdedigen, maar ook, door bijvoorbeeld effectieve mediation snel resultaten te boeken. Ook hier geldt: het doel, heilgt de middelen. Maar met alleen goed zijn, kom je er niet. Door te spreken op conferenties, het (laten) publiceren van interviews en artikelen en last but not least: het op een mediagenieke manier geven van interviews, maakt het verschil met de concurrentie…

Over de auteur

Evert van Wijk woonde en werkte de voorbije 30 jaar afwisselend in Vlaanderen en Nederland. Hij is crisiscommunicatieadviseur,  mediatrainer en auteur van verschillende boeken over mediatraining en debattechniek (www.mediatrainingbenelux.nl ). Ook schrijft hij boeken over cultuurverschillen tussen België en Nederland. www.cultuurverschillenbelgienederland.nl)

Wordt het niet eens tijd voor een goede mediatraining, meneertje Rob Jetten?

Wordt het niet eens tijd voor een goede mediatraining meneertje Jetten? Die gedachte kwam bij mij op toen ik de kersverse fractievoorzitter van D66, Rob Jetten zag stuntelen tijdens een interviewtje met Frits Wester op Twitter. Nu worden vandaag de dag mensen als Jetten niet zonder een stevige mediatraining de politieke arena ingestuurd. Maar het heeft er alle schijn van dat de mediatrainer waarbij hij in de leer is geweest het toch ook niet helmaal snapt.

Tijdens mediatraining zeg ik altijd: praat nooit met de media als je geen verhaal hebt, want dan ben je een speelbal in de wind. Soms valt dat niet te voorkomen. Je komt uit een vergaderzaal en je wordt onverwacht overvallen door een journalist. Maar een goede mediatrainer leert een politicus of bedrijfsleider daarmee omgaan. Hij zal je ook vertellen dat het roepen van geen commentaar vaak de slechtste optie is, zoals u in dit filmpje ziet.
Omgaan met de media is vooral vlieguren maken
Hoofdrolspeler in dit filmpje is een duidelijk misnoegde burgemeester van Gent die bij de coalitieonderhandelingen werd ‘overvallen’ door de pers. Hij had ook gewoon even kunnen stoppen om vervolgens tegen de journalisten te zeggen: “ik snap dat u vragen hebt, maar u zult ongetwijfeld begrijpen dat ik de coalitieonderhandelingen niet via de media voer.” Om vervolgens met een vriendelijke lach af te sluiten en verder te lopen. Ik vraag me af waarom Jetten dat ook niet meteen heeft gedaan? Misschien heeft hij de adviezen van zijn mediatrainer iets te letterlijk genomen? Omgaan met de media leer je immers vooral door vlieguren te maken.
 
Omgaan met de media is soms simpeler dan je denkt. Breng een of twee keer je centrale boodschap en als je merkt dat de interviewer je daar niet mee weg laat komen, vertel dan gewoon, liefst met redenen omkleed, waarom je daar geen antwoord op gaat geven. Rob Jetten kwam pas op dat idee toen het kwaad als was geschied. Toen hij voelde dat zijn ‘robotica-antwoord’ groteske vormen begon aan te nemen.

Je staat er voor je eigen belang

Natuurlijk is het meedelen dat je onderhandelingen niet via de media voert, voor journalisten geen spannende tv. Maar daar moet je als politicus op dat moment lak aan hebben. Je staat er namelijk niet voor het format van de journalisten als Frits Wester, maar voor het belang van je partij en jezelf. Die twee dingen kunnen wel eens haaks op elkaar staan. Maar in die gevallen antwoord dan niet als een soort onnozelaar almaar naast de kwestie, of in het geval van de burgemeester van Gent op een knorrige manier. Want heeft u sympathie voor iemand die almaar voor de vragen duikt of geen commentaar gaat roepen?

Daarom zeg ik altijd tijdens mediatraining dat jij je moet realiseren dat die journalist ook zijn werk moet doen. Ook als het jou even niet uitkomt. Dat betekent dat je ook weet wat je moet zeggen als je ‘overvallen’ wordt. En heb je toch iets wat je graag voor de Bühne wilt brengen dan zijn er heel wat soepele manieren om dat empatischer en minder geforceerd aan te pakken. Vergeet een ding echter niet: een interview blijft een vraaggesprek met de nadruk op gesprek. Als je als een blind paard de vraag van de journalist uit de weg gaat en vervolgens niets ontziend je kernboodschap erin wilt rammen, dan verlies je het niet alleen bij de journalist maar vooral ook bij de kijker het respect.

Over de auteur

Evert van Wijk woonde en werkte de voorbije 30 jaar afwisselend in Vlaanderen en Nederland. Hij is crisiscommunicatieadviseur,  mediatrainer en auteur van verschillende boeken over mediatraining en debattechniek (www.mediatrainingbenelux.nl ). Ook schrijft hij boeken over cultuurverschillen tussen België en Nederland. www.cultuurverschillenbelgienederland.nl)

Reputatieschade door de media

Reputatieschade door de media

Als mediatrainer heb ik regelmatig met klanten te maken die gewild of ongewild met de nieuwsmedia in contact treden. Zowel als er positief, als negatief nieuws te melden is. Tijdens mediatraining wijs ik ze dan vaak op een aantal afspraken die zij met journalisten kunnen maken. (zie ook do’s & dont’s op www.mediatrainingbenelux.nl/). Door deze praktische tips toe te passen kunnen ze vaak een hoop reputatieschade door de media voorkomen.

Crisissituatie-crisiscommunicatie

Reputatieschade, al dan niet terecht, is iets wat mensen tot in lengte van dagen blijft achtervolgen en daarom zouden media hun kwaliteitscriteria best mogen aanscherpen.

Toch gaat het zeker bij crisissituaties dikwijls fout met de berichtgeving. Onder de druk van de deadline en de angst dat een ander medium met de primeur gaat lopen, worden feiten niet of onvoldoende door journalisten gecheckt.

Nu is een primeur het zout in de pap voor iedere journalist, maar als daar tegenover staat dat mensen en/of bedrijven hierdoor zware (reputatie)schade kunnen oplopen, doordat de feiten onvoldoende gecheckt zijn, dan hebben journalisten een loodzware verantwoordelijkheid.

De krant is tenslotte ook een product dat verkocht moet worden

Onder de eerdergenoemde druk van de deadline, de angst van het verliezen van de primeur, maar ook omdat commerciële belangen een rol spelen – de krant is tenslotte een product dat iedere dag weer verkocht moet worden – springen journalisten daar regelmatig te lichtzinnig mee om. Zo herinner ik mij een situatie waarin een man verdacht werd van pedofilie, maar in plaats van te wachten totdat dit onomstotelijk bewezen was, besloot de hoofdredacteur toch tot publicatie over te gaan. Achteraf bleek de man volledig vrijuit te gaan, maar de reputatieschade die deze vermeende pedofiel  hierbij opliep was onherstelbaar.

Actueler is de zaak rond Jelle Brandt-Cortius, die zegt dat hij in het kader van #METOO gedrogeerd en daarna seksueel zou zijn misbruikt door Gijs van Dam. De uitspraak van de Raad voor de Journalistiek zegt dat de krant Trouw te ver ging door dit als een vaststaand feit te presenteren. Temeer daar Gijs van Dam alles ontkent. Trouw had terughoudender moeten zijn, oordeelt de Raad.
Trouwens, wat vooral merkwaardig is aan de zaak Brandt-Cortius versus Van Dam, is dat het OM na ruim een halfjaar nog altijd niet besloten heeft om tot vervolging over te gaan na de aangifte door Van Dam wegens smaad. Maar wat ook de uitkomst voor Van Dam zal zijn, de reputatieschade is geschied en die vlek zal hem zowel bij schuld als onschuld z’n leven lang achtervolgen.

Openheid over kwaliteitscriteria

In tijden van fake news is het misschien wel handig dat burgers die door de media zijn benadeeld een versterking krijgen van hun rechtspositie. Bijvoorbeeld door bij de aanbieders van nieuws, de media,  hun mogelijk opgelopen reputatie- of inkomensschade te verhalen.
Zo zouden de media kunnen beginnen om wat meer openheid te geven over hun kwaliteitscriteria. Denk concreet aan een soort code of conduct van media dat alle feiten twee keer gecheckt worden?

Waarom niet eigenlijk? Wat in het bedrijfsleven al jarenlang geldt: het hebben van duidelijke kwaliteitsnormen waarop men afgetoetst kan worden, zou natuurlijk ook moeten gelden voor de media. Om te beginnen voor de zogenaamde kwaliteitsmedia…

Over de auteur

Evert van Wijk woonde en werkte de voorbije 30 jaar afwisselend in Vlaanderen en Nederland. Hij is crisiscommunicatieadviseur,  mediatrainer en auteur van verschillende boeken over mediatraining en debattechniek (https://www.mediatrainingbenelux.nl ). Ook schrijft hij boeken over cultuurverschillen tussen België en Nederland (https://cultuurverschillenbelgienederland.nl )

Miste de nieuwe burgemeester van gemeente Sluis tweemaal de boot?

Miste de nieuwe burgemeester van gemeente Sluis tweemaal de boot?

Lastig als je net de veerboot mist. Zeker als je daardoor te laat dreigt te komen op je eigen installatie als burgemeester. Dat overkwam Marga Vermue, de kersverse burgemeester van de gemeente Sluis. Maar gelukkig was daar de reddingsmaatschappij die haar met een supersnelle boot van Vlissingen naar Breskens bracht. Maar miste ze hierdoor niet voor de tweede keer de boot? Want een dergelijk privilege is natuurlijk niet weggelegd voor de gewone sterveling. Vanuit perceptieoogpunt dus niet zo handig…
veerboot Vlissingen-Breskens
Nee, ik heb geen appeltje te schillen met de bestuurders van de gemeente Sluis. Want dat zult u misschien denken nu ik me voor de tweede keer binnen een maand kritisch uitlaat over die gemeente. Waar het wel over gaat is perceptiemanagement. Want dat is mijn business. Maar wat heeft dat met een gemiste veerboot te maken?

De veerboot missen is altijd lastig

De veerboot is meedogenloos. Het is me al meermaals overkomen dat ik door een vertraging op Schiphol de trein naar Vlissingen nog wel haalde, maar te laat was voor de veerboot van Vlissingen naar Breskens. Er zit dan niks anders op om een hotel te nemen of iemand te bellen die je wilt komen oppikken.
Nee de veerboot missen is lastig en dat heeft de nieuwe burgemeester ook mogen ervaren. Ze was met de fiets helemaal vanuit het verre Noord-Brabant gekomen. Misschien had ze behoorlijk wat tegenwind gehad? Een lekke band? Of was ze gewoon niet op tijd vertrokken? In ieder geval was ze te laat en de boot wacht niet. Zelfs niet voor een burgemeester. Zoals de boot ook niet wacht op een ondernemer die een belangrijke afspraak heeft of een scholier of student op weg naar een belangrijk examen.

Het ongemak van de boot is iets democratisch…

Wellicht zouden er in Sluis heel wat mensen op de burgemeester hebben moeten wachten als ze niet het geluk zou hebben gehad dat iemand die reddingsboot voor haar had kunnen ritselen. Maar ze had naar mijn gevoel pas echt een statement gemaakt als ze die boot aan haar voorbij had laten gaan. Immers, het ongemak van de boot is iets democratisch. Het geldt voor iedereen.
Over de auteur
Evert van Wijk geeft al bijna 30 jaar mediatrainingdebattraining en presentatietechniek aan vooral (top)lui van het bedrijfsleven en de politiek in Nederland en België. Hij blogt regelmatig over communicatietrends, mediatraining en dingen die hem opvallen in de media. 
Tijd voor mediatraining voor gemeente Sluis?

Tijd voor mediatraining voor gemeente Sluis?

Mocht de wethouder van de gemeente Sluis, verantwoordelijk voor het parkeerbeleid, ooit een mediatraining hebben gehad, dan heeft ze vast niet goed opgelet. Want mediatraining bij crisissituaties is vaak niks meer dan een training in het omgaan met lastige mensen. Toen ik onlangs een akkefietje met haar had, startte ze haar verhaal aanvankelijk volgens het boekje door haar excuses aan te bieden. Maar gaande het gesprek slaagde ze er in om haar communicatie ‘vakkundig’ te laten ontsporen door op de man beginnen te spelen in plaats van op de bal.
Winkelhart Breskens in de gemeente Sluis
Eigenlijk kun je de technieken van mediatraining in principe overal toepassen. Zelfs thuis…, zeg ik als mediatrainer vaak met een knipoog aan de deelnemers. Als je fout zit, geef dit dan ogenblikkelijk toe door je excuses aan te bieden. Vertel vervolgens wat je eraan gaat doen om de zaak te herstellen en doe dat dan ook door de daad bij het woord te voegen. Of zoals ze in Rotterdam zeggen: geen woorden, maar daden. Maar het navolgende incident, speelde zich dan ook niet niet in Rotterdam af, maar in de rurale gemeente Sluis in Zeeuws-Vlaanderen…

Voorkom een boete, haal binnen een parkeerkaart

Aanleiding was een parkeerboete die ik een kleine drie maanden geleden opliep toen ik mijn auto bij het winkelcentrum in de Sluise deelgemeente Breskens had geparkeerd. Op die plek is een parkeerschijf verplicht. Ik kon die zo gauw niet vinden. Maar voor de ingang van het winkelcentrum stond een bord met de volgende tekst:
Beste klant, hebt u geen parkeerschijf? Geen nood, u kunt deze gratis afhalen in 1 van onze winkels. 
Ik ging dus naar binnen om voor zo’n schijf. Alles bij elkaar zal deze exercitie nog geen 3 minuten in beslag hebben genomen: 30 secondes heen, ca. 120 secondes voor één wachtende voor mij aan de kassa, 30 secondes terug, maar toch was een parkeerwachter erin geslaagd om binnen die drie minuten een bon uit te schrijven. Hoe had hij dat zo snel geflikt? Ik ging naar hem op zoek en vond hem. Maar de man had duidelijk geen zin in een gesprek.
Geen parkeerschijf? Dus een boete in Breskens in de gemeente Sluis

Officieel parkeerbeleid

Aangezien me de zaak niet lekker zat, besloot ik de bevoegde wethouder voor parkeerzaken van de gemeente Sluis te bellen. Ik startte het telefoongesprek met de simpele vraag of deze gang van zaken officieel parkeerbeleid was van de gemeente Sluis? Zonder omhaal antwoordde ze luid en duidelijk: “Nee, natuurlijk niet”. Vervolgens bood ze me allervriendelijkst aan of ik het bonnetje via de smartphone naar haar wilde opsturen. Wel nog graag vandaag, voegde ze eraan toe, want morgen zou ze met vakantie gaan en ze zou ook de parkeerwachter nog willen horen. Daarna zou ze zeker nog terug bellen.

De verkeersambtenaar van gemeente Sluis wist van niets

Bijna twee-en-eenhalve maand gingen voorbij toen er plotsklaps een betalingsuitnodiging in verband met die parkeerovertreding bij mij in de bus viel. Verbaasd nam ik contact op met de gemeente Sluis, maar dit keer kwam ik niet verder dan de secretaresse. Ik deed mijn verhaal en ze beloofde dat ze de wethouder zou laten terugbellen. Maar enkele dagen later geen belletje, wel een mail van een verkeersambtenaar die me meldde dat hij rondvraag had gedaan maar dat niemand van mijn geval op de hoogte was.
Vreemd… Wat was er misgegaan, vroeg ik me af. Vermoedelijk had de wethouder in haar drukte net voor de vakantie geen actie meer ondernomen. Misschien was het er gewoon bij ingeschoten, wat natuurlijk menselijk is. Maar dat ontsloeg haar mijns inziens niet van haar eerdere toezegging. Ik mailde terug dat ik toch echt een nieuw telefoongesprek met de wethouder wilde en ja, enkele dagen later belde ze me terug.

Eigenlijk is het niet onze bevoegdheid…

Aanvankelijk stond ze mij weer keurig te woord. Ze verontschuldigde zich uitgebreid, maar toen ik haar vroeg wat voor een oplossing ze ging voorstellen, adviseerde ze mij om bij de officier van Justitie beroep aan te tekenen. “Dat is wel een beetje erg gemakkelijk”, legde ik haar uit. “Zo legt u het probleem bij mij neer in plaats van het op te lossen”, protesteerde ik. “Als het u met uw excuses menens is dan verwacht ik toch echt van u de nodige actie”.
Maar om enige actie te nemen, daar had mevrouw de wethouder dus duidelijk geen zin in. “Kon ook niet”, zei ze, “want het intrekken van een boete is eigenlijk geen zaak van de gemeente”. Tja, waarom had ze me dat geen twee-en-een-halve maand eerder gezegd? Los daarvan kon ze toch ook zelf een briefje aan de officier schrijven met tekst en uitleg over de gang van zaken?

Een irritant en geagiteerd personnage

Door mijn aandringen voelde ik dat de wethouder mij uitermate irritant begon te vinden. Dit met als gevolg dat ze niet alleen boos, maar ook persoonlijk begon te worden. Ze was op mijn website geweest waar ze had gelezen dat ik ‘zogezegd’ toppolitici trainde, zei ze cynisch. Ook gaf ze aan mij te kennen van een eerdere debatbijeenkomst en toen had ze mij ook al als een irritant en een geagiteerd personnage ervaren.
Nadat ik had aangegeven dat ik het jammer vond dat mevrouw de wethouder het nodig achtte om persoonlijk te worden, heb ik het gesprek maar beëindigd.

Speel op de bal, niet op de man…

Wat is nu de moraal van dit verhaal? Eigenlijk begint het al bij de eerste les in crisiscommunicatie. Als je fout zit of als je iets vergeet, dan is het niet voldoende om je excuses aan te bieden. Doe ook al het mogelijke om je fout te herstellen en laat de consequenties niet bij de benadeelde partij.
Spreek ook nooit voor je beurt. Zo gaf de wethouder tijdens ons eerste contact al meteen toe dat het inderdaad geen beleid is om mensen te beboeten die verklaren een parkeerkaart op te halen. Verstandiger was geweest als de wethouder gezegd had: “ik hoor uw bezwaar. Ik ga dit onderzoeken door ook de parkeerwachter te horen en ik kom bij u terug met een reactie. Door voorbarig te reageren zoals ze nu gedaan had, creëerde ze namelijk al een verwachting.
Tot slot: speel altijd op de bal, nooit op de man. Word dus nooit persoonlijk, ook al ervaar je je gesprekspartner als irritant. Ga in ieder geval geen mensen beledigen als het gesprek niet de kant opgaat die je zou willen.
Misschien is het daarom voor deze wethouder hoog tijd voor een goede mediatraining…
PS: Tot tweemaal toe heb ik met de nodige tekst en uitleg bij de officier van justitie bezwaar aangetekend. Ondanks de uitgebreide moeite die ik nam om hem de zaak uit te leggen, kreeg ik tot twee keer toe een standaard antwoord waarin hij aangaf mijn verweer niet als gegrond te verklaren, met als onderbouwing een soort standaard argumentatie die volkomen naast de kwestie was. Ik maakte hieruit op dat hij mijn verweer niet gelezen had, dan wel niet serieus had gnomen. Uiteindelijk, ruim een jaar na dato,  ben ik voor de kantonrechter verschenen die mij niet alleen in het gelijk stelde, maar op de koop toe de hulpofficier van justitie ook nog een behoorlijke bolwssing gaf voor de wijze waarop hij zich er vanaf had proberen te maken.  
Over de auteur
Evert van Wijk geeft al bijna 30 jaar mediatrainingdebattraining en presentatietechniek aan vooral (top)lui van het bedrijfsleven en de politiek in Nederland en België. Hij blogt regelmatig over communicatietrends, mediatraining en dingen die hem opvallen in de media.