Wat ga je vertellen als je in gesprek gaat met journalisten?

Wat ga je vertellen als je in gesprek gaat met journalisten?

Wat doe ik in mijn koektrommel: of hoe houd ik controle over mijn verhaal?

Hoe kun je dat voorkomen, vragen mensen mij tijdens mediatrainingen. Bedenk dat praten met de media ongeveer hetzelfde is als rondgaan met de koektrommel. Die zul je eerst moeten vullen. Deze keer heb je er zelfgebakken wafeltjes ingedaan en kletskoppen van de warme bakker. Je bent vooral benieuwd of jouw zelfgemaakte koekjes in de smaak vallen. Maar tijdens de rondgang pakt iedereen een kletskop en de wafeltjes blijven achter in de trommel. Mopperend zet je het blik weer op zijn plaats. Ze hadden toch ook een wel een wafeltje kunnen nemen? Al was het maar om jou een plezier te doen! Je zou ook kunnen zeggen dat je vooraf beter over de combinatie van de koekjes had kunnen nadenken. Want waarom doe je kletskoppen in de trommel als je wilt dat mensen jouw wafeltjes proeven?

Pas op, een journalist haalt de krenten uit de pap

Zo kan het ook gaan met je verhaal. Als schrijvend journalist had ik eens een interview met een dame die gepassioneerd praatte over haar organisatie. Maar in al haar enthousiasme was ze vergeten om vooraf enigszins lijn in haar verhaal aan te brengen. Ze ratelde maar door zonder te accentueren wat mensen over haar organisatie moeten weten. Uiteindelijk stond er meer dan een uur gesprek op de band. Daar pikte ik de krenten uit die voor mijn lezers het meest interessant waren. De dame stuurde me na publicatie een mail: ze vond het wel een aardig verhaal, maar had liever gezien dat ik over een aantal andere zaken had geschreven die ze tijdens het interview had genoemd. Tja…

Probeer nooit om volledig te zijn tijdens een interview

Deze dame maakte een aantal klassieke fouten. Om te beginnen had ze niet voldoende over haar boodschap nagedacht: wat ga ik vertellen? Veel mensen (waaronder deze mevrouw) trappen in de valkuil van volledig willen zijn. Niet doen! Wees juist selectief in wat je vertelt! Daarnaast, weet dat wat je vertelt en hoe je het vertelt afhangt van twee zaken:

  1. De lengte (of zendtijd) die voor jouw verhaal beschikbaar is
  2. De doelgroep

In een verhaal voor de weekendbijlage van NRC kun je meer kwijt dan in een tweekoloms stukje in het plaatselijke huis-aan-huisblad. En het publiek van beide kranten verschilt ook nogal. Ook daar had de dame in kwestie vooraf niet over nagedacht.

Doe dat dus vooral wel als je de mogelijkheid krijgt om je verhaal onder de aandacht te brengen! En denk dan ook nog eens aan die koektrommel: bied journalisten geen kletskoppen aan als je wilt dat ze jouw zelfgebakken wafeltjes eten.

Over de auteur

Peter van den Assem is sinds 2017 managing partner bij MediaTrainingBenelux. (www.mediatrainingbenelux.com )Hij geeft mediatraining, debattraining en presentatietechniek aan het bedrijfsleven en de politieke wereld.  Voorheen werkte hij als journalist voor ondermeer De Wereldomroep, Radio Rijnmond en als journalist voor de geschreven media, waaronder BN/DeStem. Ook werkte hij als tv-presentator/anchorman voor diverse tv-programma’s. 

Dankzij mediatraining beter voorbereid op een journalistieke overval

Dankzij mediatraining beter voorbereid op een journalistieke overval

Hadden we maar goede mediatraining gehad zal menig manager in de jaren negentig gedacht hebben toen journalist Pieter Storms furore maakte met zijn beruchte tv-programma Breekijzer. Het was voor het eerst dat Nederland kennis maakte met het fenomeen van de journalisitieke overval. Het programmaformat was vrij eenvoudig: iemand voelde zich onjuist behandeld door een bedrijf of overheidsinstelling, waarna Storms met draaiende camera bij de ‘boosdoeners’ langs ging om verhaal te halen. Reken maar dat het spraakmakende televisie opleverde en bij ons heel wat nieuwe klanten voor een doorgedreven mediatraining. Want heel wat managers wilden plotsklaps weten hoe je je tegen deze vorm van journalistiek het beste kunt wapenen.

Voorkom imagoschade

We zijn nu ruim twintig jaar verder. Je zou denken dat mensen bij bedrijven en instellingen inmiddels zo goed getraind zijn dat ze zich niet meer laten intimideren door een journalist met lastige vragen en een draaiende camera. Maar niets is minder waar. Veel mensen schieten in een kramp en weten zich letterlijk geen houding te geven, om daarna zo’n beetje alles fout te doen wat je in zo’n situatie fout kúnt doen. Met alle imagoschade vandien…

Dwangsom

Kijk eens naar het programma De Zorgwaakhond van Omroep Max. Presentator Jan Slagter was op bezoek bij een vrouw die deels verlamd is geraakt. Al jaren probeert ze voorzieningen te krijgen van haar gemeente, zoals aanpassingen in huis en een nieuwe rolstoel (die inderdaad tot op de draad versleten oogt). Maar de gemeente doet niets. Ook niet als de voorzieningenrechter maant tot actie op straffe van forse geldboetes.

Gezicht als een oorwurm

Slagter stapt daarom met draaiende camera het stadskantoor binnen en krijgt de gemeentesecretaris te spreken. Wat dan volgt, is zacht gezegd ontluisterend. De secretaris ontkent dat de rolstoel versleten is (alsof hij dat weet), jongleert wat met ambtelijke termen en draait, stamelt en flatert er op los. Hij trekt daarbij een gezicht als een oorwurm en vergeet bovendien waar het in deze zaak om draait: een vrouw die om hulp vraagt. En die camera ondertussen maar snorren! Zo leren wij kijkers dat dit gemeentebestuur niet alleen zijn wettelijke zorgplichten schaamteloos verzaakt, maar dat je voor een beetje menselijkheid hier ook al aan het verkeerde adres bent. Terecht? Misschien niet. Maar het kwaad is voor de gemeente dan al geschied. Terwijl dat helemaal niet nodig was geweest…

Regie in eigen handen

Je kunt je namelijk prima voorbereiden op een overval met een draaiende camera! Tijdens onze trainingen oefenen we regelmatig zogenoemde ambush-situaties. We leren mensen hoe te handelen tijdens een onverwachte confrontatie met een tv-ploeg. De essentie is eenvoudig: wie niet kopje onder wil gaan, neemt in zo’n situatie de regie liever zelf in handen.

Over de auteur

Peter van den Assem is sinds 2017 managing partner bij MediaTrainingBenelux. (www.mediatrainingbenelux.com )Hij geeft mediatraining, debattraining en presentatietechniek aan het bedrijfsleven en de politieke wereld.  Voorheen werkte hij als journalist voor ondermeer De Wereldomroep, Radio Rijnmond en als journalist voor de geschreven media, waaronder BN/DeStem. Ook werkte hij als tv-presentator/anchorman voor diverse tv-programma’s. 

Hoe houd je de regie over je verhaal tijdens media-interviews?

Hoe houd je de regie over je verhaal tijdens media-interviews?

Hoe maak je van een mus (sic) een olifant. Arie den Hertog van Duke Faunabeheer kan u daar ongetwijfeld alles over vertellen. Toen hij een mus doodschoot in het Frisain Expo Center kwam hij in het oog van een ongeziene mediastorm terecht. Zelfs CNN en The New York Times besteedde er aandacht aan. Tijdens mediatraining krijgen we vaak de vraag of en hoe je dit soort zaken kunt voorkomen?

Arie den Hertog werkt voor Duke Faunabeheer. Een bedrijf dat geregeld wordt ingehuurd om een einde te maken aan overlast of gevaar veroorzaakt door dieren.
Denk aan de bestrijding van ganzen bij Schiphol. Arie krijgt op 14 november 2005 een telefoontje. Hij moet direct naar Leeuwarden, want in het Frisian Expo Centre vliegt een mus rond. En laat dat nu net de plek zijn waar enkele dagen later 4,3 miljoen dominostenen moeten omvallen: een wereldrecordpoging waaromheen een grote televisieshow is opgezet. Het vogeltje heeft al 23.000 stenen omgefladderd en voor de organisatie is de maat vol. Arie doet waarvoor hij is ingehuurd, met een luchtbuks schiet hij de mus met één welgemikt schot dood. Niemand weet dan nog dat het afschieten van het vogeltje al snel een storm aan negativiteit in de media zal losmaken.

Kun je een Mediastorm met een mediatraining voorkomen?

RTL4  zendt vanaf donderdag 28 maart het programma ‘Iedereen had het erover’ uit.
Presentator Art Rooijakkers spreekt daarin met mensen die ooit in het middelpunt van een mediastorm stonden. Zoals Arie den Hertog. Zodra bekend werd dat hij ‘de dominomus’ had doodgeschoten, kreeg hij een stortvloed aan doodsbedreigingen over zich heen. Het verhaal van het vogeltje ging de hele wereld over. Zelfs CNN en The New York Times besteedden er destijds aandacht aan.
Tijdens mediatrainingen krijg ik weleens de vraag hoe je als persoon of bedrijf dit soort publiciteit kunt voorkomen. Het antwoord is simpel: je kunt het niet voorkomen. Zonder dat je er zelf greep op hebt, wordt er een tamelijk ongenuanceerd beeld geschetst van de situatie. In dit geval van een treurig musje dat alleen omwille van een groots opgezette tv-show is vermoord door een brute man met een enorm geweer. Zo’n scenario houd je niet tegen.

Hoe blijf je baas over je eigen verhaal?

Waar je wél invloed op hebt, is je eigen optreden in de media: welk verhaal ga je vertellen om dat onjuiste, ongenuanceerde beeld te kantelen? En hoe ga je dan om met lastige vragen van journalisten? Tijdens onze mediatrainingen oefenen we uitgebreid de technieken om baas te blijven over je eigen verhaal. Zeker in crisissituaties is dat een must. Want wie in zwaar weer overeind wil blijven, zal de regie moeten voeren over het gesprek. Dus wie wil je zijn als de mediastorm opsteekt, het aapje of de orgeldraaier?

Over de auteur

Peter van den Assem is sinds 2017 managing partner bij MediaTrainingBenelux. (www.mediatrainingbenelux.com )Hij geeft mediatraining, debattraining en presentatietechniek aan het bedrijfsleven en de politieke wereld.  Voorheen werkte hij als journalist voor ondermeer De Wereldomroep, Radio Rijnmond en als journalist voor de geschreven media, waaronder BN/DeStem. Ook werkte hij als tv-presentator/anchorman voor diverse tv-programma’s.

Wordt het niet eens tijd voor een goede mediatraining, meneertje Rob Jetten?

Wordt het niet eens tijd voor een goede mediatraining meneertje Jetten? Die gedachte kwam bij mij op toen ik de kersverse fractievoorzitter van D66, Rob Jetten zag stuntelen tijdens een interviewtje met Frits Wester op Twitter. Nu worden vandaag de dag mensen als Jetten niet zonder een stevige mediatraining de politieke arena ingestuurd. Maar het heeft er alle schijn van dat de mediatrainer waarbij hij in de leer is geweest het toch ook niet helmaal snapt.

Tijdens mediatraining zeg ik altijd: praat nooit met de media als je geen verhaal hebt, want dan ben je een speelbal in de wind. Soms valt dat niet te voorkomen. Je komt uit een vergaderzaal en je wordt onverwacht overvallen door een journalist. Maar een goede mediatrainer leert een politicus of bedrijfsleider daarmee omgaan. Hij zal je ook vertellen dat het roepen van geen commentaar vaak de slechtste optie is, zoals u in dit filmpje ziet.
Omgaan met de media is vooral vlieguren maken
Hoofdrolspeler in dit filmpje is een duidelijk misnoegde burgemeester van Gent die bij de coalitieonderhandelingen werd ‘overvallen’ door de pers. Hij had ook gewoon even kunnen stoppen om vervolgens tegen de journalisten te zeggen: “ik snap dat u vragen hebt, maar u zult ongetwijfeld begrijpen dat ik de coalitieonderhandelingen niet via de media voer.” Om vervolgens met een vriendelijke lach af te sluiten en verder te lopen. Ik vraag me af waarom Jetten dat ook niet meteen heeft gedaan? Misschien heeft hij de adviezen van zijn mediatrainer iets te letterlijk genomen? Omgaan met de media leer je immers vooral door vlieguren te maken.
 
Omgaan met de media is soms simpeler dan je denkt. Breng een of twee keer je centrale boodschap en als je merkt dat de interviewer je daar niet mee weg laat komen, vertel dan gewoon, liefst met redenen omkleed, waarom je daar geen antwoord op gaat geven. Rob Jetten kwam pas op dat idee toen het kwaad als was geschied. Toen hij voelde dat zijn ‘robotica-antwoord’ groteske vormen begon aan te nemen.

Je staat er voor je eigen belang

Natuurlijk is het meedelen dat je onderhandelingen niet via de media voert, voor journalisten geen spannende tv. Maar daar moet je als politicus op dat moment lak aan hebben. Je staat er namelijk niet voor het format van de journalisten als Frits Wester, maar voor het belang van je partij en jezelf. Die twee dingen kunnen wel eens haaks op elkaar staan. Maar in die gevallen antwoord dan niet als een soort onnozelaar almaar naast de kwestie, of in het geval van de burgemeester van Gent op een knorrige manier. Want heeft u sympathie voor iemand die almaar voor de vragen duikt of geen commentaar gaat roepen?

Daarom zeg ik altijd tijdens mediatraining dat jij je moet realiseren dat die journalist ook zijn werk moet doen. Ook als het jou even niet uitkomt. Dat betekent dat je ook weet wat je moet zeggen als je ‘overvallen’ wordt. En heb je toch iets wat je graag voor de Bühne wilt brengen dan zijn er heel wat soepele manieren om dat empatischer en minder geforceerd aan te pakken. Vergeet een ding echter niet: een interview blijft een vraaggesprek met de nadruk op gesprek. Als je als een blind paard de vraag van de journalist uit de weg gaat en vervolgens niets ontziend je kernboodschap erin wilt rammen, dan verlies je het niet alleen bij de journalist maar vooral ook bij de kijker het respect.

Over de auteur

Evert van Wijk woonde en werkte de voorbije 30 jaar afwisselend in Vlaanderen en Nederland. Hij is crisiscommunicatieadviseur,  mediatrainer en auteur van verschillende boeken over mediatraining en debattechniek (www.mediatrainingbenelux.nl ). Ook schrijft hij boeken over cultuurverschillen tussen België en Nederland. www.cultuurverschillenbelgienederland.nl)

Waarom Dolf Jansen over Oxfam in DWDD in de fout ging

Sinds Dolf Jansen door Matthijs van Nieuwkerk stevig aan de tand werd gevoeld over de betrokkenheid van Oxfam bij seksschandalen, krijg ik tijdens mediatraining alsmaar de vraag waarom dit interview zo ontspoorde. Hieronder leest u wat er volgens mij allemaal fout ging.

Allereerst denk ik dat Dolf Jansen iets te gemakkelijk in dit interview is gestapt. Als regelmatige gast bij een omroep die hem qua politieke kleur in de regel gunstig gezind is, dacht hij waarschijnlijk dit varkentje even te wassen. Maar zoals we allemaal gezien hebben wast het varkentje hem. Dat kwam waarschijnlijk vooral doordat hij zich onvoldoende had voorbereid. In aanvang was hij goed bezig. Hij gaf blijk van de ernst van de zaak en schreeuwde met volle overtuiging van de daken hoe vreselijk hij het allemaal vond. Maar met alleen dit soort dingen vreselijk te vinden, daar kom je niet mee weg.

Onderste steen moet boven komen

Na het betuigen hoe erg hij het wel niet vond, had hij nog een stap verder moeten gaan. Hij had moeten zeggen dat dit tot op het bot moet worden uitgezocht. Dat de onderste steen boven moet komen. Dat alles gedaan moet worden ‘to prevent this from happening again’. In plaats daarvan legde hij uit dat Oxfam UK onder wiens supervisie de wantoestanden zich hadden voorgedaan en Oxfam Novib waar Dolf Jansen ambassadeur van is, twee aparte organisaties zijn. Ook al mocht dat zo zijn, dit valt niet uit te leggen. Oxfam is voor het grote publiek immers Oxfam. Net zoals het Rode Kruis, het Rode Kruis is.

Ook was het niet handig van hem om de misstanden in de katholieke kerk erbij te halen toen het over de vraag ging waarom het zolang geduurd had alvorens Oxfam naar buiten kwam. Matthijs van Nieuwkerk wees hem meteen terecht door te zeggen dat het daar nu niet over ging.

Geniepige vragen

Ondanks enkele geniepige vragen van Matthijs van Nieuwkerk (hoe bont moet Oxfam-Novib het nog maken alvorens je geen amassadeur meer wilt zijn….) kreeg Dolf Jansen weer wat meer greep op het gesprek. Hij legde op een geloofwaardige manier uit waarom hij ervoor gekozen had om ambassadeur te blijven in plaats van de handdoek in de ring te gooien, zoals ook bischop Desmond Tutu had gedaan.

Toen Jan Mulder zich vanaf de tribune er mee begon te bemoeien keerde het tij weer opnieuw in het nadeel van Dolf Jansen. Mulder stelde de terechte vraag dat uitgezocht moest worden wie binnen Oxfam wist van de misstanden. Door dit vervolgens als gelul te bestempelen, ging Dolf Jansen goed de fout in. Hij had juist mee moeten gaan met die vraag door te zeggen dat dit inderdaad tot op het bot uitgezocht moest worden. Gelukkig realiseerde hij heel snel dat hij hier een dikke kans had laten liggen. Veerde vervolgens alsnog mee, herhaalde nog eens hoe vreselijk het allemaal was, ook voor al die Oxfam-Novib-medewerkers die zich dagelijks de schompus werken. Maar echt overtuigend was het niet.

Geen raketwetenschap

Crisiscommunicatie, communiceren met de media tijdens een crisis, is geen raketwetenschap. Het werkt bijna altijd volgens het zelfde stramien: leedwezen betuigen, betrokkenheid tonen (ik vind het vreselijk), zeggen dat je de kritiek heel serieus neemt (maar niet alleen woorden), dat je diepgaand gaat onderzoeken wat en hoe dingen niet goed zijn gegaan ( ook daden…) en daar vervolgens lering uittreken. (te verbeteren). Dolf Jansen deed het eerste goed, maar op de andere onderdelen is hij gezakt. Maar ieder zijn stiel, gelukkig heeft hij meer verstand van cabaret…

Over de auteur

Evert van Wijk woonde en werkte de voorbije 30 jaar afwisselend in Vlaanderen en Nederland. Hij is crisiscommunicatieadviseur,  mediatrainer en auteur van verschillende boeken over mediatraining en debattechniek (www.mediatrainingbenelux.nl ). Ook schrijft hij boeken over cultuurverschillen tussen België en Nederland. www.cultuurverschillenbelgienederland.nl)

Mediatraining voor gemeenteraadsleden, of hoe maak je het verschil…

Mediatraining voor gemeenteraadsleden, of hoe maak je het verschil…

Weet u als huidig of toekomstig gemeenteraadslid wat u moet zeggen als een journalist u vraagt om in 15 secondes uit te leggen waar u voor staat? Als u daarover twijfelt dan is het beslist tijd voor een stevige presentatie- debat- of mediatraining.

IQ is belangrijk, maar zonder EQ kom je er niet…

Weet u; het zijn vaak niet de slimste mensen die het maken in het bedrijfsleven of in de politiek. Het zijn vooral degenen die het ’t best kunnen uitleggen. Dat geldt ook voor u! Als u om u heen kijkt dan zult u zich wellicht wel eens afgevraagd hebben waarom sommige mensen ooit op bepaalde posities zijn aanbeland. Mensen die het goed kunnen uitleggen, die goed kunnen presenteren, hebben nu eenmaal een voorsprong. Alleen met een hoog IQ kom je er niet, je moet ook een hoog EQ hebben… Je kunt het beste verhaal vertellen, maar als je doelpubliek je niet aardig vindt dan zal je verhaal niet ‘gekocht’ worden, zeg ik altijd. Gemeenteraadsverkiezingen 2018 staan weer voor de deur

Met een goede mediatraining kunt u het verschil maken

Nu heb je natuurtalenten die zonder enige presentatie- of mediatraining de sterren van de hemel kunnen lullen. Die ongehoord scherp zijn in het debat en toch empatisch overkomen. Andersom heb je er ook die je kunt mediatrainen tot ze een ons wegen en het dan nog niet snappen. Maar normaal gesproken kun je de gemiddelde man of vrouw met een goede presentatie- of mediatraining op een schaal van 0-10 zeker 2 plaatsen vooruit helpen. Zo maak je van een vijfje in de regel gemakkelijk een zeven. Of van een zeven een dikke negen. En daamee maakt u misschien wel net het verschil!

Als u als bestaand of politicus in de dop de ambitie hebt om het verschil te maken, dan is het nu tijd voor een mediatraining, debattraining of een goede presentatietraining. Tijdens een eerste vrijblijvend kennismakingsgesprek gaan we samen na waar we bij u de klemtonen moeten leggen: debatvaardigheid, interviewtechniek of presenteren? Vervolgens doen wij u meteen een prijsopgave.

Individuele of groepstraining

U kunt bij ons trainen in een professionele studio of bij u op locatie. We trainen individueel en ook groepen. Afhankelijk van de trainingsdoelstelling adviseren wij u wat de ideale groepsgrootte is.

Pak meteen de koe bij de horens en bel 0031 6 427 797 41 of stuur een mailtje naar info@mediatrainingbenelux.nl Nog niet helemaal overtuigd? Download dan hier GRATIS ons boek Mediagenie(k) boordevol nuttige tips op het vlak van presenteren, debatteren en omgaan met de media.