Thierry Baudet laat zich niet framen door de Vlaamse televisie.

Dat Thierry Baudet, de rechtse nieuwbakken Nederlandse parlementariër van Forum voor Democratie,  zich ook door de VRT niet zo gemakkelijk laat framen, was toch even een verrassing voor Bart Schols, de anchorman van de Vlaamse talkshow De Afspraak. Hij schrok zich een hoedje toen Thierry Baudet hem meteen lik op stuk gaf toen de tv-presentator hem probeerde weg te zetten als vrouwonvriendelijk.

Ook Vlaamse journalisten hebben het vaak moeilijk met de Nederlandse assertiviteit

Die Nederlandse assertiviteit, daar blijken ook Vlaamse journalisten het moeilijk mee te hebben, zoals u in dit filmpje hieronder kunt zien.

Thierry Baudet  liet het duidelijk niet over zijn kant gaan om al vanaf de introductie te worden weggezet als de vrouwonvriendelijke boeman. Het is alweer zo’n twaalf jaar geleden dat ik iets soortgelijks heb gezien toen de journalist Joël De Ceulaer de politicus Filip Dewinter als een idioot probeerde te framen in het zondagse debatprogramma de 7e dag. Ook toen kwam die boemerang ongenaakbaar hard terug bij meneer De Ceulaer. Immers: debatteren doe je op inhoud en niet door iemand persoonlijk te beledigen en te schofferen. Zels als die persoon Filip Dewinter heet…

Zie hieronder het filmpje met Dewinter en De Ceulaer

Heeft Filip Dewinter zich door Pim Fortuyn laten inspireren?

Eigenlijk is het in Nederland sinds Pim Fortuyn redelijk een usance dat politici het niet meer pikken als ze door een reporter geframed worden. En ik vermoed dat Filip Dewinter zich destijds ook door Fortuyn heeft laten inspireren toen hij Joël De Ceulaer alle kanten van de 7dag-studio heeft laten zien.</div

Maar toch… in het algemeen gesproken zijn in Vlaanderen de politici nog redelijk braaf. Meestal laten ze zich zonder mokken allerlei dingen in de mond leggen die ze niet eens gezegd hebben. Een Liesbeth-Imbootje, noem ik dat tijdens mediatraining. Toen zij, Liesbeth Imbo, dus,  nog ankervrouw was bij Terzake en het radioprogramma De Ochtend, had ze er een handje naar om op het eind van een gesprek haar gasten verkeerd of onvolledig samen te vatten. Hierdoor liet ze bij de kijker de indruk na dat hij of zij iets totaal anders had gezegd. En als je dit dan als studiogast braafjes over je kant laat gaan, dan denkt de kijker/luisteraar dat je daar dan ook mee instemt…

De grens tussen assertief en agressief is ook cultureel bepaald

Ook Nederlandse journalisten proberen wel eens zo’n Liesbeth-Imbootje bij hun radio- of tv-gasten. Maar zeker goed gemediatrainde politici zullen dat niet zomaar over hun kant laten gaan. Alvorens ze worden weggedraaid zullen ze nog snel iets roepen in de trant van ‘dan heeft u toch niet goed geluisterd’ of zoiets. In die zin vind je ook de cultuurverschillen tussen België (Vlaanderen) en Nederland in de praatprogramma’s op radio en tv terug.

Nederlanders zijn assertiever en laten zich minder snel ongewenste uitspraken in de mond leggen. Anderzijds ervaren Vlamingen het als onbeleefd om tegen je gastheer of -vrouw bezwaar te maken. Ze zien dat als een confrontatie en die gaan ze omwille van de pais en vree liever uit de weg… Wat in Nederland assertief is, is in Vlaanderen agressief. In die zin kun je gerust zeggen dat de grens tussen assertiviteit en agressiviteit ook cultureel bepaald is…

Mediatraining of niet: waarom Willem-Alexander goed scoorde

Mediatraining of niet: waarom Willem-Alexander goed scoorde

Sommige mensen hebben altijd wat te kankeren. Volgens sommige mediatrainers en communicatiespecialisten heeft koning Willem-Alexander een goede mediatraining gehad, maar toch had zijn mediaoptreden tijdens het interview met Wilfried de Jong naar aanleiding van zijn vijftigste verjaardag beter gekund. Als mediatrainer met bijna dertig jaar op de teller, vind ik dit de reinste onzin. Zowel op de inhoud als in de relatie scoorde de koning naar mijn stellige mening uitstekend.
Mediatraining of niet; Willem_Alexander gaf een steengoed interview

Mechanische media-analyse

The King heeft zichzelf overtroffen. Ik heb het dan niet over pop-icoon Elvis Presley, die met deze ‘nickname’ door het leven ging, maar over onze eigen koning Willem Alexander. Toch moest ik een diepe zucht slaken toen ik deze toch wel erg mechanische media-analyse van het optreden van de koning op de website van Communicatie-online las.

Mediatraining is ook sterke punten uitvergroten

Ik geef, zoals gezegd, al dertig jaar mediatraining, presentatie- en debattechniek aan het bedrijfsleven, de politiek en overheid. Als ik een ding geleerd heb dan is het wel dat je bij mediatraining altijd moet vertrekken vanuit de sterke kanten en karaktereigenschappen die iedere persoon nu eenmaal heeft. Is iemand gedreven, spontaan en spreekt hij daardoor wat gehaast, probeer hem dan geen overdreven rustige stijl aan te leren. Misschien zal hij dat even volhouden, maar snel zal hij weer in zijn eigen patroon vervallen.

Maak met mediatraining geen eenheidsworst van je deelnemer

Daarom moet je als trainer mensen nooit in een presentatiekeurslijf proberen te dwingen, zoals het in de boekjes beschreven staat.  Veel trainers doen dat helaas wel Ze kneden hun deelnemers hierdoor naar de eenheidsworst van een bepaald sjabloon. Zo werkt het eenvoudigweg niet.
Maar eerst nog even terug naar het interview met de koning. Ook mij was het opgevallen dat op het moment dat Wilfried de Jong doorvroeg Willem-Alexander toch een beetje ongemakkelijk werd. Toen de vorst aan de druk van de vraag probeerde te ontsnappen door te zeggen dat hij niet graag over zichzelf sprak, zag je ook in de bodylanguage die ongemakkelijkheid duidelijk bij de koning terug. Maar is dat erg? Ik vind dat absoluut niet! Sterker nog: dat is ‘only natural’.Het is als de pukkel in het gezicht van Marlene Monroe. Op het eerste gezicht hoorde die moedervlek daar niet, maar uiteindelijk maakte die oneffenheid, haar juist mooi.De pukkel in het gezicht van Marylin Monroe maakte haar juist sexie

Maak van je klanten geen grijze muizen

Daarom heb ik de volgende boodschap aan al die mensen die zich met mediatraining, presentatietraining of welke andere communicatietrainingen bezig houden. Als je mensen beter leert presenteren en je bent goed in je vak, volg dan vooral je eigen ‘gut feeling’. Kijk niet of hij/zij zijn stem of inhoudelijk zijn verhaal helemaal volgens het boekje opbouwt. Want voor je het weet, maak je op die manier van je klanten grijze muizen, ofwel een soort voorgekauwde eenheidsworst.
Nee, de uitdaging is om je klanten zo geloofwaardig, betrokken en dus vooral authentiek te laten overkomen. Wat het interview met Willem-Alexander zo goed maakte was juist dat dit precies het geval was. Hij speelde geen toneel! Hij was echt. Uiteindelijk gaat het om authenticiteit!
Wilt u meer blogs lezen over mediatraining en hoe je goed overkomt in de media, abonneer u dan op onze blogposts 

Mediatraining helpt, maar wanneer is het tijd voor een fresh up?

Mediatraining en Sean Spicer

Mediatraining helpt, maar zelfs bij een regelmatige fresh up biedt het geen garanties, zoals Sean Spicer onlangs liet zien.

 

Zelfs de meest door en door getrainde woordvoerders kunnen zich wel herinneren ooit een bok te hebben geschoten. Zolang die niet ter grootte van een olifant is, word je die snel vergeven. Maar aan alles zijn grenzen, zou je toch denken. Tenzij je Sean Spicer heet en woordvoerder van president Trump bent en durft uit te kramen dat zelfs Hitler geen gifgas inzette tegen zijn eigen volk toen er aanwijzingen waren dat Assad mogelijk opnieuw gifgas had gebruikt tegen rebelse landgenoten. Als je zo de plank misslaat dan is iedere bijkomende mediatraining als mosterd na de maaltijd. Of zoals de Amerikanen zeggen: dan mag je veronderstellen dat je ‘Dead Meat’ bent.

Tot voor kort was er in mijn perceptie slechts één woordvoerder op mijn netvlies die alle geloofwaardigheid kwijt was. Dat was Mohammed Saeed al-Sahhaf ,woordvoerder van wijlen Saddam Hoesein van Irak ten tijde van de Golfoorlog. Hij is beter bekend onder zijn bijnaam: Comical Ali. Dat kwam omdat hij tegen beter weten in bleef volhouden dat er geen Amerikanen in Bagdad waren. Dit terwijl door de luchtverplaatsing van de nabije Amerikaans kanonschoten het doek van de green key waarvoor hij stond te presenteren vervaarlijk heen en weer wapperde. Maar och, dat hoorde erbij. Iedereen wist dat deze man intussen niks meer was dan een karikatuur van zichzelf en het regime dat hij vertegenwoordigde. Of doorgedreven mediatraining daarin verandering had gebracht, valt ernstig te betwijfelen. Immers wat krom is kun je niet recht praten, zelfs niet met de beste mediatraining ter wereld.

Vergelijkingen zijn vaak dodelijk tijdens mediaoptreden

Een figuur als Sean Spicer heeft ongetwijfeld ook heel wat mediatraining gehad. Maar zoals hij heeft laten zien, moet je als woordvoerder toch over meer talenten beschikken. Zo moet je toch ook een zeker historisch besef hebben. Hoe kun je anders uitkramen dat zelfs Hitler geen gifgas gebruikte tegen zijn eigen volk. Alsof de miljoenen vergaste joden nooit een deel zouden hebben uitgemaakt van het Duitse volk? Los daarvan weet iedere doorgewinterde woordvoerder dat vergelijkingen sowieso vaak bijzonder onhandig, zo niet dodelijk zijn tijdens een mediaoptreden.

Dat vergelijkingen zelfs vaak dodelijk zijn, stel ik bijna bij iedere mediatraining weer vast. Een paar voorbeelden:
– Is die stof giftig? antw: maar zout is ook giftig…
– Is het wonen in de nabijheid van uw fabriek gevaarlijk? antw: maar autorijden vinden we toch ook een aanvaardbaar risico?…
– Is kernenergie gevaarlijk? Antw: maar mensen die onder de zeespiegel wonen weten toch ook niet of de dijken stand houden tijdens een superstorm?

Als ik dan als mediatrainer vraag: dus omdat zout giftig is, geeft u dit dan het recht om deze stof in het milieu te brengen

omdat u vindt dat autorijden een aanvaardbaar risico is, vindt u dan ook dat u de omwonenden daarom ongevraagd kunt blootstellen aan risico’s van uw fabriek?
of

omdat de mensen die onder de zeespiegel wonen zich in feite in een gevaarlijke situatie bevinden, vindt u dan dat u door het uitbaten van een kerncentrale dit ook mag doen?

Tja, dan voelt u ook wel aan dat vergelijkingen hoogstzelden handig zijn.

Felix Meurders had geen omgekeerde mediatraining gehad

Toen ik vroeger net als perswoordvoerder was aangesteld heb ik het vaak genoeg moeten horen. ‘Waarom heb je dat toen niet geantwoord toen die journalist je die vraag stelde?’,  Hoorde ik mijn management dan vaak roepen.
Net als die keer toen Felix Meurders, ja dezelfde Felix die vandaag nog altijd medepresentator van Spijkers met Koppen is, mij ooit eens vroeg of het ontsnapte gas giftig was? Maar gelukkig had ik mediatraining gehad. ‘Als u met uw vraag bedoelt, of er gevaar is voor mens of milieu dan is daar volgens de metingen van de brandweer momenteel geen enkele aanwijzing voor’ , antwoordde ik keurig. Gelukkig had Felix in die tijd nog geen omgekeerde mediatraining gehad. Anders had hij zich met dit antwoord niet met een kluitje in het riet laten sturen.

Intussen zijn de tijden veranderd. Stel dat Felix Meurders had volhard in zijn vraag of die stof nu wel of niet giftig was? Weet u dan wat u had moeten zeggen? Zo niet of als u twijfelt, dan wordt het wellicht ook voor u weer tijd voor een mediatraining of een stevige fresh up…

Good looks helpen, maar zou u op een politicus stemmen die u niet gelooft of vertrouwt?

Good looks helpen, maar zou u op een politicus stemmen die u niet gelooft of vertrouwt?

Good Looks helpen om de verkiezingen te winnen. Dat zagen we destijds ook al bij JFK en Hans van Mierlo. Maar wat vooral telt is geloofwaardigheid en betrouwbaarheid. Want zeg eens eerlijk: zou u op een politicus stemmen die u niet gelooft en vertrouwt?

Je hoeft geen swingende Casanova te zijn om de verkiezingen te winnen, zei ik ooit tegen die oud-premier uit België waarover ik het in mijn vorige weblogje had. Het was Yves Leterme en hij had net glansrijk de verkiezingen gewonnen met een bijna ongeëvenaard aantal voorkeurstemmen van 800.000. Maar die voorkeurstemmen had hij in ieder geval niet aan zijn good looks te danken. Met zijn grijze pakken, zijn fletse gezicht en zijn melkboerenhondehaar kon je echt niet zeggen dat Yves Leterme een flitsende uitstraling had. Maar betrouwbaar en geloofwaardig, zo kwam hij wel over. Als je dan als politicus ook nog in een tijdsgewricht opkomt van onzekerheid waardoor de kiezer meer behoefte heeft aan een goede boekhouder die op de kleintjes let dan een tafelspringer met visionaire vergezichten, dan kun je het kennelijk zelfs met zo’n profiel tot premier schoppen. Hetzelfde zagen we in die periode trouwens ook in Nederland gebeuren met ene JP Balkenende.

De eerste indruk is vaak bepalend

You don’t have a second chance to make a first impression, zeggen de Amerikanen. Zo blijkt dat bij een eerste ontmoeting u en ik al na een fractie van een seconde een eerste indruk over iemand hebben. Uit onderzoek blijkt dat daar dikwijls helemaal niks van klopt, maar toch associëren we de eerste uiterlijke kenmerken van iemand meteen met een aantal karaktertrekken, zoals een doorzetter, standvastig, betrouwbaar, geloofwaardig, gedreven. Zijn dit niet precies de eigenschappen die veel mensen momenteel aan het huidige stemmenkanon Jess Klaver toedichten? Zelfs al hebben ze die man tot nu toe slechts een paar keer op het journaal voorbij zien flitsen?

Jesse Klaver de nieuwe messiasDe trouwe hondenogen van Jesse Klaver

Toch zijn good looks belangrijk wil je stemmen trekken. Kijk maar naar Jesse Klaver. Met zijn trouwe hondenogen waarover vaak nonchalant zijn gekrulde haarlokken bungelen,  laat hij heel wat (vrouwen)harten smelten. Sommigen hebben het zelfs over de nieuwe Messias die is opgestaan. Maar what goes up, must come down. Mijn ervaring is dat politici die snel pieken, ook weer snel uit de gratie zijn, tenzij ze een goed en consistent verhaal hebben. Dat zie je bijvoorbeeld bij politici als Henk Kamp. Zin ster steeg gestaag en hij is over de langere termijn nooit erg volatiel geweest in de pop-polls.

Met een mediageniek optreden alleen, kom je er niet…

Het gaat allang niet meer over de inhoud, hoor je mensen vaak klagen. Maar om ze meteen uit de droom te helpen: ook in het oude Griekenland is het nooit anders geweest. Daar had je waterdragers die achter de schermen een mooi verhaal in elkaar schroeven en mensen die het op het plein goed konden uitleggen. Als politieke partij heb je beide soorten hard nodig, want met een mediageniek optreden alleen kom je er natuurlijk niet.

De achillespees van Mark Rutte

Het is vooral die valkuil waarin Mark Rutte dreigt te vallen tijdens de komende verkiezingen in maart. Ook al is hij is naar mijn overtuiging de meest mediagenieke premier die Nederland ooit gekend heeft, maar als je net iets te vaak je verkiezingsbeloftes niet nakomt dan boet je aan betrouwbaarheid en geloofwaardigheid in. Wie gelooft die Rutte nog, roepen zijn politieke tegenstanders dan massaal. Wellicht omdat ze beseffen dat dit zijn achillespees is bij de komende verkiezingen.

 

Wie stelt moet bewijzen

Toen ik enkele jaren geleden een Belgische premier een mediatraining gaf, vroeg hij mij hoe hij vragen als: “iedereen weet toch dat uw beleid niet goed is voor de economie van dit land”, het best kon pareren. “Niet moeilijk”, antwoordde ik hem. Zowel in het debat als tijdens een mediainterview geldt immers: wie stelt moet bewijzen. De enige uitzondering op die omgekeerde bewijslast is de Belastingdienst. Schiet dus niet meteen in de verdediging en zeg bijvoorbeeld dat je de situatie die de journalist in zijn vraag schetst niet herkent. Het is dan aan de journalist om met bijkomende bewijzen te komen. Doet of kan hij dat niet, dan heeft in dit geval niet de premier, maar de journalist een probleem.

“Ik hoor wat u zegt…”

Aan het bovenstaande moest ik als mediatrainer denken toen onlangs Japke-d. Bouma op NPO-radio1 #De Ochtend haar column voorlas. Ze zei dat als politici ergens van beschuldigd worden, dan zeggen ze vaak: “ik herken me niet in dat beeld’, of “ik heb daar een andere herinnering aan”. Andere varianten zijn: “ik hoor wat u zegt”, vooral bekend uit de mond van Bram Moszkowicz. Nog meer van dit soort zinnetjes van goed getrainde politici hierop zijn: “die uitspraak is voor uw rekening” of kort maar krachtig: “dat zijn uw woorden.” 

Wapenen tegen vraagvalkuilen

Net als Japke-d. Bouma in haar column hebben ook veel journalisten er de gruwelijke pest over in dat mediatrainers hun cliënten tegen dit soort vraagvalkuilen wapenen en dat is maar goed ook. Het is niet fair van een journalist om zonder speciale aanleiding iets in een vraag te insinueren wat niet aan de orde is. Dit met als doel zijn gesprekspartner op het verkeerde been te zetten.
Mijn tip aan mijn cliënt de premier bleek trouwens uitstekend te werken, want kort daarop kreeg hij in het Vlaamse tv-programma Terzake een insinuerende vraag in de trant van: “iedereen weet toch dat de verhoging van het inschrijvingsgeld voor universiteiten het onderwijsniveau in België op een achterstand zal brengen.”
Hierop antwoordde hij: “In uw vraag insinueert u dat dit zo is, maar waar baseert u zich op?” De journalist gaf zich niet meteen gewonnen en probeerde de premier te overbluffen door eraan toe te voegen: “sorry meneer de premier, maar ik ben degene die hier de vragen stelt en u bent degene die verondersteld wordt om die te beantwoorden.” 
Maar ook die reactie hadden we tijdens de mediatraining voorbereid. Op een vriendelijke doch dringende toon volhardde de premier in zijn standpunt en verduidelijkte dit door te zeggen: “sorry meneer de journalist, u kunt dit wel in uw vraagstelling suggereren, maar op basis van welke feiten berust die stelling die in uw vraag ligt? Ik vind toch dat ik op z’n minst het recht heb om dat te weten?”

Gratuite aannames in een vraag moet je niet zomaar accepteren

De journalist besefte dat de premier hier een punt had en dat die niet van plan was om te accepteren dat hij gratuite allerlei aannames als feitelijke juistheden in zijn vraag zou kunnen meenemen. Of zoals ik altijd pleeg te zeggen tijdens mediatraining en debattraining: “wie stelt, moet bewijzen…” 
Onthoud daarom één ding. In ons land is er maar één beroepsgroep en instantie die zich mag bedienen van een omgekeerde bewijslast en die wordt NIET gevormd door journalisten, maar enkel en alleen door de belastingdienst…

Wilders vs Nieuwsuur is leuk filmpje voor mediatraining

Vandaag heb ik tijdens een mediatraining dit opmerkelijke filmpje laten zien. Hierin droogt Geert Wilders op uiterst onconventionele wijze een journalist van Nieuwsuur af die met een zogenaamde psychologische vraag hem erin wilde luizen. Maar als je zo door de wol geverfd bent als Wilders, moet je natuurlijk van betere huize komen. Toch ben ik van mening dat Wilders hier een paar kansen heeft laten liggen.

Wilders heeft zich ongetwijfeld laten inspireren door wijlen Pim Fortuyn. Toen hij ooit eens een onwelgevallige vraag kreeg van Wouke van Scherrenburg antwoordde hij: “mevrouw, ga toch lekker naar huis, koken, veel beter’. Iedere andere politicus die dat durfde te zeggen zou ogenblikkelijk worden uitgemaakt voor vrouwonvriendelijk. Maar Fortuyn kwam hier mee weg, want het paste helemaal bij zijn stijl.

Fortuyn had een positievere basishouding

Net als Fortuyn heeft ook Wilders een eigen stijl en die stijl moet je als politicus koesteren, zeg ik altijd tijdens mediatraining. Door die stijl vinden veel kijkers het acceptabel dat hij zo’n Nieuwsuur reporter op deze wijze bejegend. Maar in tegenstelling tot Fortuyn hoor ik bij Wilders vaak zo’n Calimero-achtig toontje alsof hij weer onheus wordt behandeld. Ook komt hij vaak wat bozig over. Dat gevoel had ik bij Fortuyn niet. Die had een basishouding die een stuk positiever was.

 

Doe niet te ‘grumpy’ als het niet echt nodig is

Nu communiceer je niet alleen op inhoud, maar ook in toon. Als ik Wilders een ongevraagd advies zou mogen geven, zou ik tegen hem zeggen: ‘Geert, je mag van mij best die journalist stevig inwrijven dat hij een onzinnige vraag stelt, maar doe wat minder alsof jij je op je pik getrapt voelt’. Natuurlijk, het is deel van je stijl, maar overdrijf niet. zorg dat je niet te ‘grumpy’ overkomt. Daarom zeg ik tijdens mediatraining altijd: zorg dat de mensen je aardig vinden. Ook al zullen ongetwijfeld veel mensen gesmuld hebben van je mediaoptreden. Daarom hier wat alternatieve antwoordsuggesties:

Alternatieve antwoordsuggesties

Vraag van Nieuwsuur: Hoe zouden mensen zich voelen die op luchthavens worden opgesloten omdat ze uit een bepaald land komen?
Alternatief antwoord van Wilders: u geeft met uw vraag een verkeerde voorstelling van zaken. De feiten zijn dat mensen niet worden gevangen gezet op luchthavens, maar dat ze door de versterkte screeningsmaatregelen van Trump voorlopig niet verder kunnen reizen. Als wij dat hier in EU ook gedaan hadden, zoals we als PVV al jaren bepleiten, hadden hier heel wat leed voorkomen kunnen worden als gevolg van moslimterreur.
Vraag van Nieuwsuur: maar hoe voelt het dat er in Amerika kinderen met hun ouders vastzitten op luchthavens en hun land niet meer in kunnen?
Alternatief antwoord van Wilders: u vraagt me nu om te reageren op iets wat het gevolg is van het beleid van Trump, maar zolang ik geen president ben van de US noch zijn woordvoerder ben, is dit een totaal onzinnige vraag. Wat ik u wel kan zeggen is dat wij als PVV vinden dat het nu eindelijk eens gedaan is hier in EU en NL dat gevaarlijke sujetten uit moslimlanden zomaar ons land in kunnen reizen. Dan waren er wellicht heel wat minder bloedige aanslagen hier in Europa geweest.

Mediatraining is natuurlijk niet meer aan Geert Wilders besteed. Sterker nog, ik denk dat ik als mediatrainer meer van hem kan leren dan omgekeerd. Maar wat ik wel vind is dat journalisten als die van Nieuwsuur eens moeten ophouden met het slimste jongetje van de klas te spelen en voortaan gewoon weer relevante vragen gaan stellen. Zoals: ‘wat vindt u van de maatregel van Trump om de inreisvisa naar de VS vanuit zeven moslimlanden voorlopig in te trekken? Misschien dat sommige journalisten daarom beter eens een omgekeerde mediatraining zouden volgen…

(noot: dit blogje gaat in de eerste plaats over do’s & don’ts tijdens mediatraining en staat dus geheel los van mijn persoonlijke politieke voorkeuren)