Mediatrainingtip 14: Geef gewoon het eerlijke antwoord.

Geef gewoon het eerlijke antwoord.

Het gebeurt regelmatig tijdens een mediatraining. Iemand krijgt een lastige vraag en je ziet hoe die persoon zich in allerlei bochten wringt om uiteindelijk een heel gekunsteld antwoord te geven…

Maar is dat nu wel nodig?

Daarom zeg ik altijd: vraag je eerst af wat je eerlijke antwoord zou zijn geweest op die vraag?

Soms is het eerlijke antwoord niet alleen super voor de hand liggend, maar ook stupid simpel.
Bijvoorbeeld:
– ik weet niet of die rook giftig is, want ik ben geen medisch expert.
– Of… alvorens ik uw vraag kan beantwoorden moet ik toch eerst de onderzoeksresultaten afwachten.
– Of… ja, ik kan me helemaal voorstellen dat de omwonenden na dezes gasontsnapping zich zorgen maken over hun veiligheid en daarom gaan we er alles aan doen om dit soort incidenten in de toekomst te voorkomen.

Zoek het antwoord dus niet te ver. En geef het eerlijke antwoord.

Waarom bij crisissituaties de journalist vaak de good guy en jij de bad guy bent?

Waarom bij crisissituaties de journalist vaak de good guy en jij de bad guy bent?

Heeft u zich wel eens afgevraagd waarom journalisten hun gasten vaak scherp interviewen? Die vraag stel ik regelmatig tijdens mediatraining en waar de deelnemers niet altijd meteen raad mee weten.

Toch is meestal is het antwoord simpel: ze willen de waarheid boven tafel krijgen. Niet alleen de waarheid, maar de HELE waarheid. Maar dat is niet het enige. Er is immers nog een andere belangrijke reden waarom journalisten u hard interviewen. U heeft er alle belang bij om die ook te kennen, want zeker bij crisissituaties kunt u daar behoorlijk uw voordeel mee doen.

Dat het tijdens interviews er wel eens hard aan toe kan gaan, is zeker bij crisissituaties het geval. Vaak is er dan sprake van de bad guys tegen de good guys. De bad guy is natuurlijk de veroorzaker van de crisis. Behalve de voor de hand liggende vragen als de wie-, wat-, waar-, wanneer-, hoe- en waaromvragen, zal de journalist ook willen weten of de crisis niet voorkomen had kunnen worden en zo ja waarom dat dan niet is gebeurd. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de vraag of u de schade gaat vergoeden, wie verantwoordelijk is en vooral ook wiens schuld het is.

Boos geen commentaar roepen maakt de journalist helemaal happy

Maar behalve persoonlijke glorie streven media natuurlijk ook naar hoge oplagecijfers en luister- en kijkcijfers. De krant is immers ook een product, dat iedere dag weer opnieuw verkocht moet worden. Vallen de oplage- of kijkcijfers tegen dan rolt je journalistenkop voordat je het goed en wel in de gaten hebt. Journalisten als Twan Huys en Umberto Tan hebben dat intussen ook mogen ervaren.

Wie boos wordt, heeft zichzelf niet onder controle

In hun streven om door het grote publiek als hero te worden gezien, kunnen journalisten wel eens behoorlijk uit de bocht vliegen. De kunst is dan om op de juiste momenten mee te bewegen met de emotie om vervolgens de u-bocht te maken om als geïnterviewde toch je punt te maken. Word in ieder geval nooit boos, hoe agressief de vraag ook is. Want wie boos is, heeft zichzelf vaak niet onder controle.En zeg nu zelf: als u iemand op de tv ziet die zichzelf niet onder controle heeft, dan denken veel mensen automatisch dat die andere zaken ook wel niet onder controle zal hebben…

Over de auteur

Evert van Wijk woonde en werkte de voorbije 30 jaar afwisselend in Vlaanderen en Nederland. Hij is crisiscommunicatieadviseur,  mediatrainer en auteur van verschillende boeken over mediatraining en debattechniek (www.mediatrainingbenelux.nl ). Ook schrijft hij boeken over cultuurverschillen tussen België en Nederland. www.cultuurverschillenbelgienederland.nl)

Reputatieschade door de media

Reputatieschade door de media

Als mediatrainer heb ik regelmatig met klanten te maken die gewild of ongewild met de nieuwsmedia in contact treden. Zowel als er positief, als negatief nieuws te melden is. Tijdens mediatraining wijs ik ze dan vaak op een aantal afspraken die zij met journalisten kunnen maken. (zie ook  Mediatraining-tips). Door deze praktische tips toe te passen kunnen ze vaak een hoop reputatieschade door de media voorkomen.

Crisissituatie-crisiscommunicatie

Reputatieschade, al dan niet terecht, is iets wat mensen tot in lengte van dagen blijft achtervolgen en daarom zouden media hun kwaliteitscriteria best mogen aanscherpen.

Toch gaat het zeker bij crisissituaties dikwijls fout met de berichtgeving. Onder de druk van de deadline en de angst dat een ander medium met de primeur gaat lopen, worden feiten niet of onvoldoende door journalisten gecheckt.

Nu is een primeur het zout in de pap voor iedere journalist, maar als daar tegenover staat dat mensen en/of bedrijven hierdoor zware (reputatie)schade kunnen oplopen, doordat de feiten onvoldoende gecheckt zijn, dan hebben journalisten een loodzware verantwoordelijkheid.

De krant is tenslotte ook een product dat verkocht moet worden

Onder de eerdergenoemde druk van de deadline, de angst van het verliezen van de primeur, maar ook omdat commerciële belangen een rol spelen – de krant is tenslotte een product dat iedere dag weer verkocht moet worden – springen journalisten daar regelmatig te lichtzinnig mee om. Zo herinner ik mij een situatie waarin een man verdacht werd van pedofilie, maar in plaats van te wachten totdat dit onomstotelijk bewezen was, besloot de hoofdredacteur toch tot publicatie over te gaan. Achteraf bleek de man volledig vrijuit te gaan, maar de reputatieschade die deze vermeende pedofiel  hierbij opliep was onherstelbaar.

Actueler is de zaak rond Jelle Brandt-Cortius, die zegt dat hij in het kader van #METOO gedrogeerd en daarna seksueel zou zijn misbruikt door Gijs van Dam. De uitspraak van de Raad voor de Journalistiek zegt dat de krant Trouw te ver ging door dit als een vaststaand feit te presenteren. Temeer daar Gijs van Dam alles ontkent. Trouw had terughoudender moeten zijn, oordeelt de Raad.
Trouwens, wat vooral merkwaardig is aan de zaak Brandt-Cortius versus Van Dam, is dat het OM na ruim een halfjaar nog altijd niet besloten heeft om tot vervolging over te gaan na de aangifte door Van Dam wegens smaad. Maar wat ook de uitkomst voor Van Dam zal zijn, de reputatieschade is geschied en die vlek zal hem zowel bij schuld als onschuld z’n leven lang achtervolgen.

Openheid over kwaliteitscriteria

In tijden van fake news is het misschien wel handig dat burgers die door de media zijn benadeeld een versterking krijgen van hun rechtspositie. Bijvoorbeeld door bij de aanbieders van nieuws, de media,  hun mogelijk opgelopen reputatie- of inkomensschade te verhalen.
Zo zouden de media kunnen beginnen om wat meer openheid te geven over hun kwaliteitscriteria. Denk concreet aan een soort code of conduct van media dat alle feiten twee keer gecheckt worden?

Waarom niet eigenlijk? Wat in het bedrijfsleven al jarenlang geldt: het hebben van duidelijke kwaliteitsnormen waarop men afgetoetst kan worden, zou natuurlijk ook moeten gelden voor de media. Om te beginnen voor de zogenaamde kwaliteitsmedia…

Over de auteur

Evert van Wijk woonde en werkte de voorbije 30 jaar afwisselend in Vlaanderen en Nederland. Hij is crisiscommunicatieadviseur,  mediatrainer en auteur van verschillende boeken over mediatraining en debattechniek (https://www.mediatrainingbenelux.nl ). Ook schrijft hij boeken over cultuurverschillen tussen België en Nederland (https://cultuurverschillenbelgienederland.nl )

Mediatraining en journalistiek: vriend of vijand?

Mediatraining en journalistiek: vriend of vijand?

Mediatraining en journalistiek: vriend of vijand? Vaak denk ik het laatste. Wnat er lopen nog  bosjes journalisten rond die een gloeiende hekel hebben aan mediatrainers. Waarom eigenlijk? Meestal omdat ze denken dat gemediatrainde mensen alleen maar geleerd hebben hoe ze zo veel mogelijk mist moeten spuien of hoe ze onopgemerkt kunnen liegen. Maar dat is juist het laatste wat je in een goede mediatraining leert.

Het is normaal dat mensen trainingen volgen in onderhandelingstechniek of effectief vergaderen. Waarom zouden ze dan geen mediatraining volgen; het effectief omgaan met de media? Boeiend, kort, krachtig en toegankelijk een verhaal vertellen, levert alleen maar winnaars op. De kijker/luisteraar begrijpt waar het over gaat. De journalist/programmamaker heeft de juiste gast uitgenodigd die het kernachtig en toegankelijk kan verwoorden en last but not least; de persoon in kwestie zal ook tevreden zijn als zijn/haar partner achteraf zal zeggen: “schat, dat heb je vanavond bij Nieuwuur ofTerzake weer eventjes helder en duidelijk gezegd.”

Mediatraining zou leiden tot saaiheid en eenheidsworst

Het moet daarom maar eens afgelopen zijn met dat gezeur van journalisten als zouden mediatrainingen leiden tot saaiheid en eenheidsworst, zoals een bekende tv-persoonlijkheid mij eens verweet. Wat hebben journalisten er trouwens aan als iemand stijf van de zenuwen staat te hakkelen en te stotteren en ook nog non-verbaal precies die dingen doet die hij juist niet moet doen? Journalisten met verstand van zaken weten dat dergelijk gestuntel vaak ten koste gaat van de helderheid van de boodschap. U kent dat gevoel wel: het non-verbale gedrag van de geïnterviewde leidde zo af dat hetgeen hij te vertellen had me volledig is ontgaan.

De relatie met een journalist is anders bij een crisissituatie

Soms kan het wel vermakelijk zijn als iemand zich tijdens een crisissituatie zowel inhoudelijk als presentatietechnisch in allerlei bochten moet wringen. Maar dan is het functioneel. Bijvoorbeeld omdat de journalist de pijnlijke plek blootlegt. Als de geïnterviewde voor de camera dan niet stressbestendig is en zich door een terecht confronterende aanpak van de journalist van de wijs laat brengen, dan levert dat prima tv op. Daarom is bij een crisissituatie de verhouding journalist/geïnterviewde totaal anders dan bij een situatie waarin de journalist gewoon wat informatie van u wil hebben en u geacht wordt om die helder en beknopt te leveren.

Mediatraining Benelux Training in Studio

Met andere woorden: meestal wil de journalist gewoon informatie, verpakt in een goed verhaal. Als de geïnterviewde dan nooit geleerd heeft hoe hij moet omgaan met de warmte van de lampen, de psychologie van de camera en de druk van een gestreste journalist, dan levert dat alleen verliezers op. Tenzij de journalist op zoek is naar vulling voor een blooperprogramma…

Over de auteur

Evert van Wijk woonde en werkte de voorbije 30 jaar afwisselend in Vlaanderen en Nederland. Hij is crisiscommunicatieadviseur,  mediatrainer en auteur van verschillende boeken over mediatraining en debattechniek (www.mediatrainingbenelux.nl ). Ook schrijft hij boeken over cultuurverschillen tussen België en Nederland. www.cultuurverschillenbelgienederland.nl ) 

Tijd voor mediatraining voor gemeente Sluis?

Tijd voor mediatraining voor gemeente Sluis?

Mocht de wethouder van de gemeente Sluis, verantwoordelijk voor het parkeerbeleid, ooit een mediatraining hebben gehad, dan heeft ze vast niet goed opgelet. Want mediatraining bij crisissituaties is vaak niks meer dan een training in het omgaan met lastige mensen. Toen ik onlangs een akkefietje met haar had, startte ze haar verhaal aanvankelijk volgens het boekje door haar excuses aan te bieden. Maar gaande het gesprek slaagde ze er in om haar communicatie ‘vakkundig’ te laten ontsporen door op de man beginnen te spelen in plaats van op de bal.
Winkelhart Breskens in de gemeente Sluis
Eigenlijk kun je de technieken van mediatraining in principe overal toepassen. Zelfs thuis…, zeg ik als mediatrainer vaak met een knipoog aan de deelnemers. Als je fout zit, geef dit dan ogenblikkelijk toe door je excuses aan te bieden. Vertel vervolgens wat je eraan gaat doen om de zaak te herstellen en doe dat dan ook door de daad bij het woord te voegen. Of zoals ze in Rotterdam zeggen: geen woorden, maar daden. Maar het navolgende incident, speelde zich dan ook niet niet in Rotterdam af, maar in de rurale gemeente Sluis in Zeeuws-Vlaanderen…

Voorkom een boete, haal binnen een parkeerkaart

Aanleiding was een parkeerboete die ik een kleine drie maanden geleden opliep toen ik mijn auto bij het winkelcentrum in de Sluise deelgemeente Breskens had geparkeerd. Op die plek is een parkeerschijf verplicht. Ik kon die zo gauw niet vinden. Maar voor de ingang van het winkelcentrum stond een bord met de volgende tekst:
Beste klant, hebt u geen parkeerschijf? Geen nood, u kunt deze gratis afhalen in 1 van onze winkels. 
Ik ging dus naar binnen voor zo’n schijf. Alles bij elkaar zal deze exercitie nog geen 3 minuten in beslag hebben genomen: 30 secondes heen, ca. 120 secondes voor één wachtende voor mij aan de kassa, 30 secondes terug, maar toch was een parkeerwachter erin geslaagd om binnen die drie minuten een bon uit te schrijven. Hoe had hij dat zo snel geflikt? Ik ging naar hem op zoek en vond hem. Maar de man had duidelijk geen zin in een gesprek.
Geen parkeerschijf? Dus een boete in Breskens in de gemeente Sluis

Officieel parkeerbeleid

Aangezien mij de zaak niet lekker zat, besloot ik de bevoegde wethouder voor parkeerzaken van de gemeente Sluis te bellen. Ik startte het telefoongesprek met de simpele vraag of deze gang van zaken officieel parkeerbeleid was van de gemeente Sluis? Zonder omhaal antwoordde ze luid en duidelijk: “Nee, natuurlijk niet”. Vervolgens bood ze me allervriendelijkst aan of ik het bonnetje via de smartphone naar haar wilde opsturen. Wel nog graag vandaag, voegde ze eraan toe, want morgen zou ze met vakantie gaan en ze zou ook de parkeerwachter nog willen horen. Daarna zou ze zeker nog terug bellen.

De verkeersambtenaar van gemeente Sluis wist van niets

Bijna twee-en-eenhalve maand gingen voorbij toen er plotsklaps een betalingsuitnodiging in verband met die parkeerovertreding bij mij in de bus viel. Verbaasd nam ik contact op met de gemeente Sluis, maar dit keer kwam ik niet verder dan de secretaresse. Ik deed mijn verhaal en ze beloofde dat ze de wethouder zou laten terugbellen. Maar enkele dagen later geen belletje, wel een mail van een verkeersambtenaar die me meldde dat hij rondvraag had gedaan maar dat niemand van mijn geval op de hoogte was.
Vreemd… Wat was er misgegaan, vroeg ik me af. Vermoedelijk had de wethouder in haar drukte net voor de vakantie geen actie meer ondernomen. Misschien was het er gewoon bij ingeschoten, wat natuurlijk menselijk is. Maar dat ontsloeg haar mijns inziens niet van haar eerdere toezegging. Ik mailde terug dat ik toch echt een nieuw telefoongesprek met de wethouder wilde en ja, enkele dagen later belde ze me terug.

Eigenlijk is het niet onze bevoegdheid…

Aanvankelijk stond ze mij weer keurig te woord. Ze verontschuldigde zich uitgebreid, maar toen ik haar vroeg wat voor een oplossing ze ging voorstellen, adviseerde ze mij om bij de officier van Justitie beroep aan te tekenen. “Dat is wel een beetje erg gemakkelijk”, legde ik haar uit. “Zo legt u het probleem bij mij neer in plaats van het op te lossen”, protesteerde ik. “Als het u met uw excuses menens is dan verwacht ik toch echt van u de nodige actie”.
Maar om enige actie te nemen, daar had mevrouw de wethouder dus duidelijk geen zin in. “Kon ook niet”, zei ze, “want het intrekken van een boete is eigenlijk geen zaak van de gemeente”. Tja, waarom had ze me dat geen twee-en-een-halve maand eerder gezegd? Los daarvan kon ze toch ook zelf een briefje aan de officier schrijven met tekst en uitleg over de gang van zaken?

Een irritant en geagiteerd personnage

Door mijn aandringen voelde ik dat de wethouder mij uitermate irritant begon te vinden. Ze werd niet alleen boos, maar ze begon ook persoonlijk te worden. Ze was op mijn website geweest waar ze had gelezen dat ik ‘zogezegd’ toppolitici trainde, zei ze cynisch. Ook gaf ze aan mij te kennen van een eerdere debatbijeenkomst en toen had ze mij ook al als een irritant en een geagiteerd personnage ervaren.
Nadat ik had aangegeven dat ik het jammer vond dat mevrouw de wethouder het nodig achtte om persoonlijk te worden, heb ik het gesprek maar beëindigd.

Speel op de bal, niet op de man…

Wat is nu de moraal van dit verhaal? Eigenlijk begint het al bij de eerste les in crisiscommunicatie. Als je fout zit of als je iets vergeet, dan is het niet voldoende om je excuses aan te bieden. Doe ook al het mogelijke om je fout te herstellen en laat de consequenties niet bij de benadeelde partij.
Spreek ook nooit voor je beurt. Zo gaf de wethouder tijdens ons eerste contact al meteen toe dat het inderdaad geen beleid is om mensen te beboeten die verklaren een parkeerkaart op te halen. Verstandiger was geweest als de wethouder gezegd had: “ik hoor uw bezwaar. Ik ga dit onderzoeken door ook de parkeerwachter te horen en ik kom bij u terug met een reactie. Door voorbarig te reageren zoals ze nu gedaan had, creëerde ze namelijk al een verwachting.
Tot slot: speel altijd op de bal, nooit op de man. Word dus nooit persoonlijk, ook al ervaar je je gesprekspartner als irritant. Ga in ieder geval geen mensen beledigen als het gesprek niet de kant opgaat die je zou willen.
Misschien is het daarom voor deze wethouder hoog tijd voor een goede mediatraining…
PS: Tot tweemaal toe heb ik met de nodige tekst en uitleg bij de officier van justitie bezwaar aangetekend. Ondanks de uitgebreide moeite die ik nam om hem de zaak uit te leggen, kreeg ik tot twee keer toe een standaard antwoord waarin hij aangaf mijn verweer niet als gegrond te verklaren, met als onderbouwing een soort standaard argumentatie die volkomen naast de kwestie was. Ik maakte hieruit op dat hij mijn verweer niet gelezen had, dan wel niet serieus had genomen. Uiteindelijk, ruim een jaar na dato,  ben ik voor de kantonrechter verschenen die mij in het gelijk stelde.  
Over de auteur
Evert van Wijk geeft al bijna 30 jaar mediatrainingdebattraining en presentatietechniek aan vooral (top)lui van het bedrijfsleven en de politiek in Nederland en België. Hij blogt regelmatig over communicatietrends, mediatraining en dingen die hem opvallen in de media.