Mediatrainingtip 2: Plotseling een microfoon onder uw neus…

Mediatrainingtip 2: Plotselinge journalistieke overval of ambush…

 

Hebt u het al eens meegemaakt? Een journalist die totaal onverwachts, terwijl de camera draait, een microfoon onder uw neus duwt?

Je ziet het bijna iedere avond gebeuren op de tv, tijdens het journaal. Maar ook tijdens crisissituaties.

Een politicus of manager wordt besprongen door een journalist of zelfs een hele horde journalisten die hem allerlei lastige vragen stellen.

Nors doorlopen terwijl je naar de grond staart is vaak geen optie. En GEEN COMMENTAAR roepen, terwijl je een afschermend gebaar maakt naar de camera is helemaal  uit den boze.

 

Maar wat doe je wel?

Probeer in ieder geval om rust uit te stralen.

En zorg dat je aardig wordt gevonden

JAAAAA, maar hoe doe ik dat, aardig gevonden worden, zult u wellicht denken?

Als je onverwachts een microfoon onder je neus krijgt en je weet het antwoord nog niet of je wllt het gewoon nog niet geven, ren dan niet weg, stop gewoon en neem de vraag in ontvangst. Zeg tegen de journalist dat je snapt dat hij zijn werk moet doen maar dat je op dit moment nog geen antwoord kunt geven. Als je een reden hebt waarom je niet kan antwoorden, geef die dan. Bijvoorbeeld: straks geven we een persconferentie waar we al uw vragen zullen beantwoorden. Of gewoon: ‘ik heb daar geen informatie over, maar ik ga nu naar het overleg en zodra ik meer informatie heb, kom ik bij u terug’.

Vergeet vervolgens niet om door te lopen, want als je blijft stilstaan dan ervaart de journalist dit als een uitnodiging om nog meer vragen te stellen.

En terwijl je verder loopt, herhaal je desgevraagd gewoon wat je al min of meer gezegd hebt. Liefst wel met een laagje empathie eroverheen: ‘ik snap dat u uw werk moet doen, maar u moet ook snappen dat ik nu geen informatie kan geven’,  met daaraan gekoppeld een korte uitleg waarom je dat nog niet kan.

Het is natuurlijk niet leuk voor de journalist om zo het bos te worden ingestuurd, maar het is niet jouw taak om hem te ‘pleasen’. Wel om de imagebelangen van jouw bedrijf of organisatie zo goed als mogelijk te behartigen…

En, mochten de opnames toch worden uitgezonden dan zal de kijker of luisteraar u een stuk aardiger vinden als u een plausibele reden geeft waarom u nog geen antwoord kan geven.

Mediatraining voor gemeenteraadsleden, of hoe maak je het verschil…

Mediatraining voor gemeenteraadsleden, of hoe maak je het verschil…

Weet u als huidig of toekomstig gemeenteraadslid wat u moet zeggen als een journalist u vraagt om in 15 secondes uit te leggen waar u voor staat? Als u daarover twijfelt dan is het beslist tijd voor een stevige mediatraining.

IQ is belangrijk, maar zonder EQ kom je er niet…

Weet u; het zijn vaak niet de slimste mensen die het maken in het bedrijfsleven of in de politiek. Het zijn vooral degenen die het ’t best kunnen uitleggen. Dat geldt ook voor u! Als u om u heen kijkt dan zult u zich wellicht wel eens afgevraagd hebben waarom sommige mensen ooit op bepaalde posities zijn aanbeland. Mensen die het goed kunnen uitleggen, die goed kunnen presenteren, hebben nu eenmaal een voorsprong. Alleen met een hoog IQ kom je er niet, je moet ook een hoog EQ hebben… Je kunt het beste verhaal vertellen, maar als je doelpubliek je niet aardig vindt dan zal je verhaal niet ‘gekocht’ worden, zeg ik altijd. Gemeenteraadsverkiezingen 2018 staan weer voor de deur

Met een goede mediatraining kunt u het verschil maken

Nu heb je natuurtalenten die zonder enige presentatie- of mediatraining de sterren van de hemel kunnen lullen. Die ongehoord scherp zijn in het debat en toch empatisch overkomen. Andersom heb je er ook die je kunt mediatrainen tot ze een ons wegen en het dan nog niet snappen. Maar normaal gesproken kun je de gemiddelde man of vrouw met een goede presentatie- of mediatraining op een schaal van 0-10 zeker 2 plaatsen vooruit helpen. Zo maak je van een vijfje in de regel gemakkelijk een zeven. Of van een zeven een dikke negen. En daamee maakt u misschien wel net het verschil!

Als u als bestaand of politicus in de dop de ambitie hebt om het verschil te maken, dan is het nu tijd voor een goede  mediatraining. Tijdens een eerste vrijblijvend kennismakingsgesprek gaan we samen na waar we bij u de klemtonen moeten leggen.Vervolgens doen wij u meteen een prijsopgave.

Individuele of groepstraining

U kunt bij ons trainen in een professionele studio of bij u op locatie. We trainen individueel en ook groepen. Afhankelijk van de trainingsdoelstelling adviseren wij u wat de ideale groepsgrootte is.

Pak meteen de koe bij de horens en bel 0031 6 427 797 41 of stuur een mailtje naar info@mediatrainingbenelux.nl Nog niet helemaal overtuigd? Bekijk dan onze vele Mediatrainingtips 

 

Wie stelt moet bewijzen

Toen ik enkele jaren geleden een Belgische premier een mediatraining gaf, vroeg hij mij hoe hij vragen als: “iedereen weet toch dat uw beleid niet goed is voor de economie van dit land”, het best kon pareren. “Niet moeilijk”, antwoordde ik hem. Zowel in het debat als tijdens een mediainterview geldt immers: wie stelt moet bewijzen. De enige uitzondering op die omgekeerde bewijslast is de Belastingdienst. Schiet dus niet meteen in de verdediging en zeg bijvoorbeeld dat je de situatie die de journalist in zijn vraag schetst niet herkent. Het is dan aan de journalist om met bijkomende bewijzen te komen. Doet of kan hij dat niet, dan heeft in dit geval niet de premier, maar de journalist een probleem.

“Ik hoor wat u zegt…”

Aan het bovenstaande moest ik als mediatrainer denken toen onlangs columniste Japke-d. Bouma op NPO-radio1 haar column voorlas. Ze zei dat als politici ergens van beschuldigd worden, dan zeggen ze vaak: “ik herken me niet in dat beeld’, of “ik heb daar een andere herinnering aan”. Andere varianten zijn: “ik hoor wat u zegt”, vooral bekend uit de mond van Bram Moszkowicz. Nog meer van dit soort zinnetjes van goed getrainde politici hierop zijn: “die uitspraak is voor uw rekening” of kort maar krachtig: “dat zijn uw woorden.” 

Wapenen tegen vraagvalkuilen

Net als Japke-d. Bouma in haar column hebben ook veel journalisten er de gruwelijke pest over in dat mediatrainers hun cliënten tegen dit soort vraagvalkuilen wapenen en dat is maar goed ook. Het is niet fair van een journalist om zonder speciale aanleiding iets in een vraag te insinueren wat niet aan de orde is. Dit met als doel zijn gesprekspartner op het verkeerde been te zetten.
Mijn tip aan mijn cliënt de premier bleek trouwens uitstekend te werken, want kort daarop kreeg hij in het Vlaamse tv-programma Terzake een insinuerende vraag in de trant van: “iedereen weet toch dat de verhoging van het inschrijvingsgeld voor universiteiten het onderwijsniveau in België op een achterstand zal brengen.”
Hierop antwoordde hij: “In uw vraag insinueert u dat dit zo is, maar waar baseert u deze veronderstelling op?” De journalist gaf zich niet meteen gewonnen en probeerde de premier te overbluffen door eraan toe te voegen: “sorry meneer de premier, maar ik ben degene die hier de vragen stelt en u bent degene die verondersteld wordt om die te beantwoorden.” 
Maar ook die reactie hadden we tijdens de mediatraining voorbereid. Op een vriendelijke doch dringende toon volhardde de premier in zijn standpunt en verduidelijkte dit door te zeggen: “sorry meneer de journalist, u kunt dit wel in uw vraagstelling suggereren, maar op basis van welke feiten berust die stelling die in uw vraag ligt? Ik vind toch dat ik op z’n minst het recht heb om dat te weten?”

Gratuite aannames in een vraag moet je niet zomaar accepteren

De journalist besefte dat de premier hier een punt had en dat die niet van plan was om te accepteren dat hij gratuite allerlei aannames als feitelijke juistheden in zijn vraag zou kunnen meenemen. Of zoals ik altijd pleeg te zeggen tijdens mediatraining en debattraining: “wie stelt, moet bewijzen…” 
Onthoud daarom één ding. In ons land is er maar één beroepsgroep en instantie die zich mag bedienen van een omgekeerde bewijslast en die wordt NIET gevormd door journalisten, maar enkel en alleen door de belastingdienst…