Mediatrainingtip 15: Zorg dat je verbale en non-verbale communicatie synchroon loopt

Zorg dat je verbale en non-verbale communicatie synchroon loopt

Stel dat ik met een grote smile op mijn lippen tegen u zeg: ik vind het wel heel erg dat u uw portemonnee met al die bankkaarten erin verloren hebt.

Dan voelt u ook wel aan dat dit dan wel erg averechts overkomt.

Daarom zeg ik altijd: hoe je iets zegt is vaak nog belangrijker dan wat je zegt.

Hoe je iets zegt is vaak nog belangrijker dan wat je zegt

Als je iemand voor de eerste keer ontmoet of op de televisie ziet, vestigt die persoon een indruk bij jou. Die bestaat, net als in een gigantische legpuzzel, uit een aantal deelindrukken. Al die stukjes samen vormen het totaalbeeld dat je van iemand krijgt. Als er een stukje ontbreekt, of als er een stukje op de verkeerde plaats zit, valt dat vaak buitenproportioneel op. Stukjes van zo’n persoonlijke puzzel zijn bijvoorbeeld: kleding, leeftijd, geslacht, haarkleur, sierraden, stempatroon, taalgebruik, (glim)lach, oogbewegingen, handen gebruik, enzovoort.

Synchroniseer je verbale en non-verbale communicatie

Zorg er dus voor dat alle legpuzzelstukjes van je verbale en non-verbale communicatie passen. Als er eentje ontbreekt in die legpuzzel, hoe klein ook, het zal meteen in het oog springen.

Soms lijken bepaalde stukjes van de legpuzzel op het eerste gezicht irrelevant, maar zonder het direct te beseffen kunnen ze elkaar wel meer dan evenredig versterken. Zoals een donkere baardlijn in combinatie met meekleurende brillenglazen. Algauw lijk je eerder op een maffiabaas dan op de betrouwbare politicus waarvoor je zou willen doorgaan.

De truc is daarom ervoor te zorgen dat niet één van die zaken te nadrukkelijk aanwezig zijn. Anders ontstaat het gevaar dat een bepaalde indruk gaat overheersen. Of nog erger: dat een minder positieve indruk teveel wordt benadrukt.

Of zoals een Amerikaanse baas eens tegen mij zei: you don’t have a second chance to make a first impression…

Mediatrainingtip 9: Hoe ga je om met vraagvalkuilen

Hoe ga je om met vraagvalkuilen, zoals gesloten vragen?

 

Weet jij wat je moet zeggen als een journalist jou vraagt: is het uw schuld of de schuld van de vakbonden dat u de helft van uw personeel moet ontslaan?

Welke antwoordkeuze jij ook maakt, het resultaat zal killing zijn voor het verdere verloop van het interview.

 

Vraagvalkuilen: Journalisten die u voor onmogelijke keuzes stellen

Als je bijvoorbeeld zegt: het is de schuld van de vakbond dan heb je die club meteen de oorlog verklaard. Het zal bovendien een dikke bom leggen op jullie relatie. Nog maar te zwijgen over spontane stakingsacties…

Als je zegt dat het uw eigen schuld is, dan trek je ook een vat onwelgevallige vragen open zoals: “Is er sprake van slecht management geweest?”

Maar wat moet je dan zeggen? Je kan toch moeilijk Geen Commentaar roepen want dat komt helemaal defensief over?

De truc is dan eigenlijk om wat los te komen van de vraagstelling. Temeer daar die vraag niet met een eenvoudige ‘finger pointing’ naar de vakbond of naar jezelf te beantwoorden is.

En waarom zou je dat bijvoorbeeld niet gewoon zeggen?
Bijvoorbeeld: “ik begrijp uw vraag, maar was het antwoord maar zo eenvoudig. Ik zal u uitleggen waarom. Zo hebben we te maken met een mondiale markt die…. etc. etc.
En zo ben je weer bij een van de elementen van je centrale boodschap(pen) die je naar voren wilde brengen.

De moraal van het verhaal is dus: laat je niet dwingen in een keuze waarvan je op voorhand weet dat die voor jou verliesgevend is.

Maar dan is het wel zaak dat je dit soort vraagvalkuilen herkent en er vervolgens voor zorgt dat je daar niet meer in tuimelt.

Dat is makkelijker gezegd dan gedaan.
Zelfs ervaren politici zie je zo nu en dan nog altijd in zo’n vraagkuil vallen. Daarom moet je blijven oefenen en oefenen.

Net na een mediatraining zul je scherp genoeg staan om die vraagvalkuilen te herkennen. Maar mediatraining is in de eerste plaats een vaardigheidstraining.

Net als bij het sporten gaan je prestaties achteruit als je ophoudt met trainen. En laten we ook praktisch blijven: je kan niet iedere dag een mediatraining volgen.

Maar wat je wel kan doen is vaak luisteren naar interviews op de radio en tv. Als je bijvoorbeeld in je auto zit.

Vraag je op die momenten dan ook voortdurend af: hoe komt het dat die man of vrouw zichzelf zo in de nesten werkt.
Of waarom blijft die persoon op toch een heel empathische manier baas over zijn of haar verhaal?

Zo onderhoudt jij ook uw mediatrainingvaardigheden.

Mediatrainingtip 3: Herformuleren van lastige vragen

Mediatrainingtip 3: Lastige vragen van journalisten herformuleren

 

“Ben jij als mediatrainer niet voortdurend bezig om bedrijfsleiders en politici beter te leren liegen?”

Zo’n vraag kreeg ik eens in een talkshow. Maar hoe ga je daar nu mee om?

Natuurlijk leer ik mijn klanten niet om beter te liegen. Maar als ik dat als antwoord zou geven dan komt dat heel defensief en negatief over.

Stel je voor hoe ik dan gequoot zou kunnen worden: mediatrainer Evert van Wijk zegt: ik leer mijn klanten niet om beter te liegen.

Met zo’n quoot wil ik echt niet in het nieuws komen.

Net als die bedrijfsleider die antwoordt nee, die rook is niet giftig als hem net die vraag werd gesteld.

Of een politicus die desgevraagd antwoordt dat hij er helemaal niet alleen voor de rijken is…

Ik ben er dan bijna zeker van dat de journalist juist dat stukje eruit knipt en in zijn uitzending plempt.

Gevolg is dat het de zaken alleen maar erger maakt.

Daarom moet je In dergelijke gevallen lastige en negatieve vragen van journalisten herformuleren, ofwel ‘down playen’.

Ik zeg dus NIET dat je ervoor moet wegduiken of eromheen moet draaien! Ik zeg herformuleren!

Dus als een journalist jou in de toekomst vraagt of die rook giftig is, dan is het heel legitiem om hem ongeveer het volgende te antwoorden: ‘wat u me eigenlijk vraagt is of er gevaar is voor de volksgezondheid in de omgeving? Welnu metingen hebben uitgewezen dat dit niet niet het geval.

of als politicus die de vraag krijgt of hij er alleen is voor de rijken:

‘Nee, dat klopt niet. Wij zijn er juist voor alle inwoners… Daarom zijn wij voorstander om maatregel X en Y te nemen omdat alle groepen in de samenleving daar voordeel bij hebben…

En als een journalist mij vraagt of ik mijn klanten beter leer liegen, dan kan ik zeggen:

u vraagt mij eigenlijk wat ik met mediatraining bij mijn klanten wil bereiken?

Welnu, ik leer ze vooral om vaak ingewikkelde onderwerpen op een compacte, heldere en begrijpbare wijze in de media uit te leggen en dat levert alleen maar winnaars op.

  • de allerbelangrijkste winnaar is natuurlijk de kijker of luisteraar, want die snapt mijn verhaal nu beter
  • de programmamaker, want die heeft iemand uitgenodigd die het helder en begrijpelijk kan uitleggen
  • en last but not least jijzelf als studiogast.

Want zeg nu zelf, als u na uw mediaoptreden thuiskomt en uw vrienden of je partner zegt tegen je, zo dat heb je keurig gezegd, dan zal dat ook je eigen zelfvertrouwen een extra boost geven…

Mediatrainingtip 2: Plotseling een microfoon onder uw neus…

Mediatrainingtip 2: Plotselinge journalistieke overval of ambush…

 

Hebt u het al eens meegemaakt? Een journalist die totaal onverwachts, terwijl de camera draait, een microfoon onder uw neus duwt?

Je ziet het bijna iedere avond gebeuren op de tv, tijdens het journaal. Maar ook tijdens crisissituaties.

Een politicus of manager wordt besprongen door een journalist of zelfs een hele horde journalisten die hem allerlei lastige vragen stellen.

Nors doorlopen terwijl je naar de grond staart is vaak geen optie. En GEEN COMMENTAAR roepen, terwijl je een afschermend gebaar maakt naar de camera is helemaal  uit den boze.

 

Maar wat doe je wel?

Probeer in ieder geval om rust uit te stralen.

En zorg dat je aardig wordt gevonden

JAAAAA, maar hoe doe ik dat, aardig gevonden worden, zult u wellicht denken?

Als je onverwachts een microfoon onder je neus krijgt en je weet het antwoord nog niet of je wllt het gewoon nog niet geven, ren dan niet weg, stop gewoon en neem de vraag in ontvangst. Zeg tegen de journalist dat je snapt dat hij zijn werk moet doen maar dat je op dit moment nog geen antwoord kunt geven. Als je een reden hebt waarom je niet kan antwoorden, geef die dan. Bijvoorbeeld: straks geven we een persconferentie waar we al uw vragen zullen beantwoorden. Of gewoon: ‘ik heb daar geen informatie over, maar ik ga nu naar het overleg en zodra ik meer informatie heb, kom ik bij u terug’.

Vergeet vervolgens niet om door te lopen, want als je blijft stilstaan dan ervaart de journalist dit als een uitnodiging om nog meer vragen te stellen.

En terwijl je verder loopt, herhaal je desgevraagd gewoon wat je al min of meer gezegd hebt. Liefst wel met een laagje empathie eroverheen: ‘ik snap dat u uw werk moet doen, maar u moet ook snappen dat ik nu geen informatie kan geven’,  met daaraan gekoppeld een korte uitleg waarom je dat nog niet kan.

Het is natuurlijk niet leuk voor de journalist om zo het bos te worden ingestuurd, maar het is niet jouw taak om hem te ‘pleasen’. Wel om de imagebelangen van jouw bedrijf of organisatie zo goed als mogelijk te behartigen…

En, mochten de opnames toch worden uitgezonden dan zal de kijker of luisteraar u een stuk aardiger vinden als u een plausibele reden geeft waarom u nog geen antwoord kan geven.

Mediatrainingtip: Kun je zeggen: “Ik weet het niet”?

Zowel tijdens mediatraining als in een echt studiogesprek zie ik mensen vaak worstelen met vragen waarop ze het antwoord niet weten. Raar, eigenlijk, want je wordt natuurlijk niet verondersteld om alles te weten. Het is daarom in heel veel gevallen zo dat je gewoon kunt antwoorden: ‘ik weet het niet’.

Natuurlijk word je wel verondersteld dat je bepaalde dingen wel weet. Als je HR-manager bent en je zit in een programma dat gaat over de krapte op de arbeidsmarkt en je weet niet hoeveel vacatures je bedrijf heeft openstaan ,dan sla je natuurlijk een modderfiguur. Maar als je als HR-manager de vraag krijgt of de oorlog in Oekraïne zal leiden tot een andere marketingaanpak, dan is het duidelijk dat dit buiten je expertise is en dat je daarop dus geen (zinnig) antwoord kunt geven.
 
Onthoud: als je het antwoord niet weet, zeg het gewoon. Maar probeer wel uit te leggen waarom je het niet weet. Bijvoorbeeld: ‘ ik ben geen marketing expert. Om vervolgens het bruggetje te maken naar wat je wel weet.